Actueel 24 oktober 2021

Het wordt langzamerhand tijd om de transitie van Binck naar Saxo achter ons te laten. Feit is dat Saxo het Binckbeleid op veel punten niet overneemt en daarmee voor ons als broker voor dividendbeleggen in de VS heeft afgedaan.
Zoals je weet is een van de belangrijkste verschillen dat je bij Saxo geen Closed end Funds (CEF) meer kunt (bij) kopen. Juist Closed end Funds bieden een unieke mogelijkheid om hoge stabiele dividenden te ontvangen in veel markten. Tijdens het laatste kwartaalupdate-webinar hebben we nog eens laten zien hoe divers je kunt investeren in vele markten via CEF’s. Juist daarom is de beslissing van Saxo om deze fondsen te weren onacceptabel, maar we hebben weinig keus. Onder de titel “een saxofonie van frustraties” hebben we waarschijnlijk een van onze laatste blogs geschreven over dit onderwerp.

Als je breed wilt blijven beleggen in hoogdividend-fondsen en met name ook in CEF’s dan zul je een tweede/andere broker (erbij) moeten nemen. Om het volle rendement uit je portefeuille te halen zijn CEF’s dus onontbeerlijk.
Daarom zul je juist in deze Actueel veel over CEF’s vinden. Ook zul je enige CEF’s aantreffen die je mogelijk nog niet kent maar die je zou kunnen overwegen. We houden deze keer de Voorbeeldportefeuille ongewijzigd; er zijn geen acute aanpassingen nodig op dit moment gezien het huidige beursklimaat. Dat is rustig met het oog op ”sleep well at night”.

Elke nadeel…

Deze bekende uitdrukking is ook deels van toepassing op de Binck-Saxo situatie. Wanneer je namelijk overstapt op Lynx of Mexem als broker dan is de keuze in CEF’s nog veel groter dan bij Binck. Alle in de VS beschikbare CEF’s zijn te koop via deze brokers. Dat maakt de selectie van de juiste CEF’s voor ons makkelijker; we kunnen nog beter selecteren op kwaliteit, prestaties en premie/discount (zie verder). Bovendien zijn deze brokers minstens de helft goedkoper dan Saxo v.w.b. transactiekosten.

Opmerking
Lynx geeft abonnees van BBddB de mogelijkheid om met voordeel een Lynx account te openen. Je ontvangt gratis €250,- transactietegoed. Zie voor nadere informatie https://lynx.nl/bbddb.

Het belang van CEF’s voor onze beide Voorbeeldportefeuilles is essentieel. Het is immers een van de vijf fondstypen waarop de AIP-portefeuille is gebaseerd; de EIP-portefeuille zelfs helemaal. CEF’s zijn bedoeld in de VS om veilig passief inkomen te genereren via dividend en dat ook nog eens gespreid in veel markten. We willen en kunnen niet zonder dit fondstype.
Welke broker je ook gaat gebruiken, CEF’s horen er bij.
Een vraag die vaak wordt gesteld in dit verband luidt: Kun je niet beter beleggen via een indexfonds dan in een CEF?
Ook deze vraag wordt nog eens uitgebreid behandeld omdat we het belangrijk vinden.

ETF versus CEF

Wanneer je het advies van de gemiddelde beleggingsadviseur volgt dan kun het beste passief beleggen voor de lange termijn via een indexfonds. Zoals je weet beleg je dan in een index via een Exchange Trade Fund (ETF).
Het alternatief is dat je actief kunt beleggen en proberen de beursindex te verslaan maar dat is veel moeilijker, aldus de meeste adviseurs.
Dus luidt het advies meestal om een indexfonds (ETF) te kopen die bijvoorbeeld de AEX of S&P volgt. Dan hoef je weinig of niets te doen, anders dan afwachten.

Een dergelijk advies is een van de beste manieren om geld te laten liggen of zelfs te verliezen. Toch is zo’n advies gemeengoed omdat het makkelijk te geven is. Bovendien willen financiële instellingen die ETF’s op de markt brengen deze graag jou verkopen als een rustige belegging. Ze hebben er veel baat bij omdat het voor hun een eenvoudig product is zonder veel kosten, inspanning en management fees. De computer doet het werk.
De meeste ETF’s betalen weinig of geen dividend, dus de kans op stabiel hoog dividend is zeer klein. Zo betaalt de Amerikaanse S&P 500 ETF (VOO) slechts 1,3% dividend. Op voorhand kunnen we dus al zeggen dat beleggen via Closed end Funds (CEF) gemiddeld aanzienlijk beter rendeert dan belegen via ETF’s v.w.b. het dividend.
Dat geldt natuurlijk uitsluitend voor de VS omdat CEF’s niet bestaan in Nederland/Europa. We kijken nog eens verder.

John and Mary
Laten we eens een actuele situatie onder de loep nemen van een Amerikaans echtpaar, John en Mary uit Texas.
We gaan 7 jaar terug in de tijd naar 2014. Ze hebben hun huis verkocht en willen opbrengst van 300.000 dollar gaan beleggen om verder te sparen voor een pensioenkapitaal.
John en Mary zijn niet erg ervaren als beleggers en raadplegen een adviseur. Zijn advies is om kiezen voor een ETF te weten de “Vanguard S&P 500 ETF (VOO)”; die volgt de Amerikaans S&P index bestaande uit de 500 grootste Amerikaanse bedrijven. Daarmee beleggen ze indirect in grote bedrijven zoals Apple, Google, Amazon, General Motors, 3M etc. De kosten van beleggen in deze ETF zijn laag, ca 0,03%. De adviseur legt uit dat ze op deze wijze goedkoop investeren in de Amerikaanse economie als geheel.

Via deze ETF zou hun portefeuille nu, 7 jaar later, ca 470.000 dollar waard zijn. Dit is hoofdzakelijke koerswinst omdat deze ETF slechts 1,3 % dividend uitkeert. Toch niet slecht zou je zeggen. John en Mary kunnen er prima een maandelijks pensioen uit halen, maar slechts beperkt via dividendinkomsten. Ze gaan dus interen op hun kapitaal.

In 2014 kwam de CEF “BlackRock Science & Technology Trust (BST)” op de markt. Wat zou er zijn gebeurd wanneer John en Mary in BST zouden hebben geïnvesteerd met herbeleggen van hun dividend? Dan zou hun resultaat zijn uitgekomen op 1,27 miljoen dollar, ruim 700.000 dollar meer dan bij de VOO/ETF, en dat in slechts 7 jaar.
Met andere woorden, John en Mary hebben ruim 7 ton gemist door hun geld in een nauwelijks dividend betalende ETF te stoppen.

Is deze vergelijking reëel?
BST is een technologie-CEF, die de afgelopen jaren zeer succesvol is geweest. De portefeuille omvat veel bedrijven die profiteren van de groei in de economie, zoals betalingsverwerkers PayPal en Mastercard alsmede vele technologiebedrijven met een klantenkring die hoofdzakelijk de consument bedient, zoals Apple en Amazon.
Je krijgt dus ook met BST een brede “exposure” in de Amerikaanse markt als geheel evenals bij VOO. Een ETF als VOO biedt je ook toegang tot de groei van de Amerikaanse economie maar met aanzienlijk mindere resultaten. BST wordt, als CEF, namelijk gerund door zeer professionele managers van BlackRock en VOO door een computer-algoritme. Daar komt geen mens aan te pas en daar zit het verschil.

Nu zul je misschien zeggen dat BST een extreem voorbeeld is qua prestaties met een gemiddelde jaarlijkse opbrengst van ca 22%/jaar, sinds 2014 toen John en Mary starten met beleggen; dat klopt. Maar ook wanneer John en Mary in 2014 zouden hebben gekozen om te beleggen in (meerdere) andere CEF’s, die maatgevend zijn voor de Amerikaanse economie als geheel, zou hun opbrengst ook aanzienlijk hoger zijn dan bij de een S&P ETF.

CEF’s winnen meestal
Waarom kiezen de meeste beleggers dan toch voor ETF’s i.p.v. CEF’s ook in de VS?
Allereerst is de CEF-markt in de VS klein t.o.v. de ETF-markt. ETF’s worden gigantisch gepromoot door financiële instellingen, vermogensbeheerders en adviseurs. Met name financiële instellingen hebben hier veel baat bij; een ETF is immers een goedkoop simpel product voor de massa. CEF’s zijn duidelijk voor liefhebbers en kenners.  
CEF’s hebben aanzienlijk hogere beheerskosten omdat ze bemand worden door professionals, ca 1-15%. Dat lijkt hoog in vergelijking met 0,03% van een ETF. Overigens zie je deze kosten niet als dividendbelegger, ze zijn ingecalculeerd voordat dividend wordt betaald.  Ook in de omvang zit en groot verschil. BST heeft bijvoorbeeld “slechts” 1.7 miljard dollar aan belegd vermogen terwijl dat voor de VOO-ETF 260 miljard dollar is. Maar professioneel beheerde CEF’s winnen het vrijwel altijd van ETF’s in dezelfde markt.  Professionele beleggers weten dat; wij dus ook.

Conclusie
Wanneer John en Mary in 2014 hun geld in BST of (enige) andere goede CEF’s zouden hebben gestoken waren ze aanzienlijk beter af geweest. Natuurlijk is BST niet hetzelfde als VOO maar beide fondsen volgende de groei van de Amerikaanse economie; de één passief, de andere actief. Je kunt zeggen dat BST een extreem voorbeeld is. Aan de ander kant zijn er talloze ander CEF’s die een maatstaf zijn voor de Amerikaanse economie als geheel zoals USA. GAB, GTT, ASG in onze voorbeelportefeuille. Dergelijk CEF’s, met een gemiddelde “Total Return” van ca 15%/jaar over de laatst 10 jaar, winnen het ruimschoots van een S&P-ETF.
Beleggers houden niet van hoge (beheers)kosten. Hoge kosten en de beperkte omvang van de CEF-markt t.o.v. de ETF-markt maken dat veel beleggers daar wegblijven. Maar te veel letten op CEF-kosten voor beheer is bijna altijd een vergissing. CEF-dividendrendementen worden altijd netto getoond ook in de Voorbeeldportefeuille; de beheerskosten zijn al verrekend.
Wees dus slimmer dan John en Mary en kies voor (goede) CEF’s.

Investeren in gezondheid

Het is altijd goed om te investeren in gezondheid, waarbij je eigen gezondheid voorop staat natuurlijk. Maar ook als belegger kun je er in investeren. Waarom zou je dat willen?

Gezondheidszorg is een sector die dagelijks in het nieuws is. Daarbij komt steeds naar voren dat de kosten van de gezondheidszorg jaarlijks blijven stijgen en dat zie je ook in de VS. Of dat gewenst is laten we in het midden, maar je kunt er als belegger wel van profiteren, zeker in de VS, met dubbel-digit resultaten.

Volgens de laatste cijfers van het Center for Medicare & Medicaid Services (een Amerikaans onderzoekbureau voor gezondheidszorg) zullen de Amerikaanse gezondheidsuitgaven tot 2028 elk jaar met ca 5,4% stijgen. Deze groei is aanzienlijk hoger dan de groei van het Amerikaanse BNP (Bruto Nationaal Product) van 4%, d.w.z. de omvang van de economie als geheel.
Toch lijkt het erop dat beleggers dit nog niet doorhebben en dat men deze markt nog niet serieus neemt. De Amerikaans gezondheid-ETF, de “Health Care Select Sector SPDR ETF (XLV)” loopt achter bij de ontwikkeling van de beurs als geheel.

Toch hebben veel BBddB-abonnees al geprofiteerd van deze ontwikkeling en de stijgende vraag naar gezondheidszorg o.a. via medische REITS zoals Omega Healthcare (OHI) en misschien ook al Medical Property Trust Trust (MPW). Maar je kunt ook kiezen voor een gezondheids-CEF zoals Tekla Healthcare investors (HQH). Deze CEF heeft maar liefst 16%/jaar Total Return laten zien in de afgelopen 10 jaar. Op dit moment is he dividendrendement ca 8%, dat is een mooie basis.

HQH heeft ca. 45% rendement opgeleverd sinds de opname in de Voorbeeldportefeuille in april 2020, mede door herbeleggen van het hoge dividend.
Een solide fonds dus.

Gezondheids-CEF’s (maar ook REITs) bieden grote voordelen waaronder zeer stabiele dividenden. Daarnaast zul je kunnen profiteren van de toename van de gezondheidszorg in de nabije toekomst. Ook farmaciebedrijven zullen verder groeien en (nog) hogere wisten gaan behalen, zo is de verwachting.
Dus ook hier geen ETF kiezen!

Specialisten
In de VS vind je talloze vermogensbeheerders met een specialisatie in een betreffende markt; zo ook voor gezondheidszorg. Een daarvan is Tekla Healthcare Investors. Het bedrijf brengt diverse CEF’s op de markt waaronder HQH in de Voorbeeldportefeuille. Men heeft specialisten in dienst zoals voormalige bio-ingenieurs en wetenschappers. Daardoor is men in staat om alle ontwikkelingen op de voet te volgen en tijdig in te stappen bij nieuwe ontwikkelingen in medische technologie en farmacie.
Dit leidt tot een aantal van de best presterende CEF’s op het gebied van Healthcare. Naast HQH biedt men ook het Tekla World Healthcare Fund (THW), het Tekla Healthcare Opportunities Fund (THQ) en Tekla Life Sciences Investors (HQL). THW werkt het meest wereldwijd t.o.v. HQH, THQ of HQL.

Dus, wanneer het gaat om beleggen in farma/gezondheidzorg blijven we graag in de VS. De voorspelling is dat 35% van de wereldwijde uitgaven voor gezondheidszorg in 2028 in de VS zal plaatsvinden (bron: onderzoeksbureau Statista).
Mocht je, naast HQH, toch nog wat meer willen investeren in gezondheidzorg dan kun je kiezen voor een ander Tekla Fonds. Of misschien voor een CEF van (wederom) BlackRock?

TIP:
Het BlackRock Health Sciences Fund (BME) is ook een populaire Healthcare-CEF.
Een van de redenen is dat het wordt gerund door BlackRock, ‘s werelds grootste vermogensbeheerder. Veel Amerikaanse farmaciebedrijven maken deel uit van de portefeuille zoals UnitedHealth Group, Abbott Labs en Johnson and Johnson.
BME beschikt over een sterk management met grondige kennis van deze markt. Gedurende de laatste 10 jaar heeft BME maar liefst 16,93% rendement behaald per jaar. Weliswaar lijkt het dividendrendement aan de lage kant met ca 5% maar dat is schijn. Deze CEF is een echte groei-CEF in de farmacie. Ook het overwegen waard voor de lange termijn.

Conclusie
Healthcare in de VS is een groeimarkt, die je kunt betreden via CEF’s van o.a. Tekla of BlackRock. Je kunt kiezen uit diverse Tekla fondsen en BME van BlackRock. Momenteel koop je BME met een kleine premie en bijvoorbeeld het Tekla Healthcare Opportunities Fund (THQ) met een discount van ca 3%. Het dividendrendement van beide ligt rond de 5,5%. De AATR van beide fondsen is hoog, gemeten over de laatste 7 ca 11-12,5%/jaar. Beide fondsen beleggen deels in dezelfde farma-bedrijven.
Aan jou de keus.

Investeren in obligaties via CEF’s, de voordelen

Je weet inmiddels dat beleggen voor inkomen via continue stabiele dividendinkomsten jouw vermogen snel kan laten groeien zeker wanneer je ook het dividend herbelegt. Dat maakt het leven op termijn en stuk makkelijker. Bovendien slaap je en stuk rustiger omdat je niet elke dag de altijd bewegelijke koersen van jouw portefeuille hoeft te volgen.

Dat deze methodiek echt werkt na verloop van tijd bleek ook gedurende de recente Covid-periode. De Voorbeelportefeuille hield goed stand ook v.w.b. de CEF’s en liet een grote veerkracht zien. Deze veerkracht werd deels veroorzaakt door CEF’s, die beleggen in hoogrentende obligaties. Zoals je weet zijn obligaties (beursgenoteerde) leningen van bedrijven, instellingen overheden.

Slecht reputatie?
Closed-end fondsen, die beleggen in hoogrentende obligaties en ander vormen van leningen zijn een belangrijke bron van hoge contante inkomsten. Veel van dergelijk leningen betalen namelijk een hoge rente. Obligatieleningen die een hoge rente betalen worden vaak gezien als onveilig. Ze worden daarom in de VS ook wel “Junkbonds” genoemd. Daarmee hebben ze een slechte reputatie, is dat terecht?

In de VS worden veel leningen beoordeeld door zogenaamde rating-bureaus; een bekende is Moody’s. Over het algemeen worden leningen met een (te) hoge rente (yield) beoordeeld met een lage score (rating) qua veiligheid en de mogelijk lagere kans dat de lening niet (op tijd) wordt terugbetaald. Dat is meestal niet terecht.
De realiteit is dat de overgrote meerderheid van alle leningen, ook van veel grote internationale bedrijven, onterecht een lage rating hebben of er zelfs helemaal geen hebben. Ook leningen van middelgrote en kleinen bedrijven worden veelal laag (of helemaal niet) gewaardeerd door de rating-bureaus. Zelfs de meeste leningen van Tech-bedrijven op de Amerikaanse Tech-beurs (Nasdaq) laten lage scores zien.
 
Weinig mensen realiseren zich echter niet dat het bezit van aandelen van kleine of middelgrote bedrijven, evenals vele Nasdaq-fondsen, risicovoller is dan het bezit van “high yield” bonds/obligaties, c.q. junkbonds.

Wanneer je de aandelen van een bedrijf koopt, neem je immers ook het risico dat het bedrijf dat zijn schulden/leningen/obligaties niet (tijdig) kan aflossen. Bovendien neem je het risico van een faillissementen op de koop toe.

Een bond-CEF maakt van rente dividend
Natuurlijk ga je er van uit dat een bedrijf waar je in belegt, zijn schulden op tijd aflost. Je kunt van een bedrijf vaak obligaties/babybonds etc. kopen die een hoge rente betalen van veelal 4-7%.Er zijn veel Closed end Funds die investeren in deze leningen en Junkbonds en daarmee de basis van hun dividendbetalingen dekken. Ze ontvangen immers gewoon een hoge rente.

Beleggen in obligaties via gespecialiseerde CEF’s biedt dus een manier om van de hoge rente van bonds te profiteren, maar dan wel in de vorm van dividend.Closed-end fondsen zetten daarmee veelal een kredietrendement van 5, 6 of 7% om in een aandelenrendement van 8, 9 of 10%.

Ze doen dat onder meer door extra mogelijkheden in te zetten zoals goedkoop (extra) geld lenen, gebruikmaken van hefboomwerking, etc. We hebben een aantal van deze CEF’s in de voorbeelportefeuille zoals:
John Hancock Investors Trust (JHI)
Alliance Bernstein Global High Income Fund (AWF)
PIMCO Dynamic Credit and Mortgage Income Fund (PCI)

Het zijn merendeels laagrisico fondsen, misschien wel een beetje saai, maar wel degelijk met een langjarige dividendhistorie. Pimco is zelfs de grootste obligatiebelegger ter wereld.
Zoals gezegd, deze CEF’s ontvangen zelf “vaste” rente-inkomsten uit hun beleggingen in leningen en obligaties. Jij krijgt het resultaat in de vorm van een constante dividendstroom.
Wat willen we nog meer?

CEF’s, weet je dit ook al?

Zoals je weet hebben we bij BBddB twee abonnementsvormen te weten het Actieve Income Plan (AIP) en het Easy Income (EIP). Het EIP is bedoeld voor dividendbeleggers die willen beleggen in tal van markten maar uitsluitend via Close End Funds. In het “Webinar portefeuille-update derde kwartaal” zijn we uitgebreid ingegaan op het feit dat je met CEF’s heel gespreid kunt beleggen. Je kunt vele fondstypen (BDC, Babybond, Prefs, MLP, CEF en REITs) ook vinden in portefeuilles van Closed end Funds, zeker wanneer ze zich specifiek richten op zo’n markt.

Wij krijgen regelmatig vragen van AIP-abonnees over de EIP-CEF voorbeeldportefeuille. Hoewel de CEF’s in het EIP ook grotendeels in de AIP-portefeuille voorkomen zijn er enige verschillen in de wijze van presenteren. Daarom laten we hier de EIP/CEF portefeuille zien voor zover deze CEF’s ook in de AIP-portefeuille voorkomen. De EIP-portefeuille bevat daarnaast een aantal extra gegevens, die ook voor AIP-gebruikers interessant kunnen zijn.
Zo tonen we de actuele gemiddelde jaarlijks opbrengt (Average Annual Total Return) van alle CEF’s over de laatste 10 jaar op basis van herbeleggen van dividend. Ofschoon we niet in de toekomst kunnen kijken geeft dit uit ervaring een hele goede indicatie voor de fondsprestaties in de toekomst en over de kwaliteiten van het management.

Opmerking
De 10 jaars AATR-percentages zijn gemiddeld 30% lager, wanneer je gedurende die 10 jaar periode je dividend niet zou herbeleggen. Je koopt dan dus geen nieuwe aandelen van je dividend en ontvangt uitsluitend je dividendopbrengsten van je initiële investering. Daarom is herbeleggen (wanner je het dividend niet onmiddellijk nodig hebt) altijd de beste optie en veel lucratiever v.w.b. het toewerken naar een financieel doel.

Ook tonen we het actuele premie/discount percentage van alle CEF-fondsen. Zoals je ziet zijn de meeste CEF’s nu weer te koop met een discount, weliswaar lager dan voorheen maar toch.

Wanneer je een CEF koopt met een discount dan verkrijg je in feite de bezittingen van de CEF (andere aandelen of obligaties) tegen een lagere prijs dan wanneer je alle CEF-bezittingen apart zou kopen op de beurs. Dat is altijd prettig en geeft een extra veiligheidsmarge. Het premie/discount percentage is altijd beweging en mede afhankelijk van de beurskoer van de CEF.

Tot slot zie je in overzicht ook de gemiddelde portefeuille opbrengt over de laatste 10 jaar. Die is ruim 12 %/jaar op basis van herinvesteren en ca 9% wanneer je dat niet doet. Dat zijn mooie resultaten en zelfs aanzienlijk boven onze doelstellingen van 8-9%, v.w.b. de EIP-portefeuille.

CEF’s zowel EIP als AIP

CEF10 jaars gem. totaal rend./jaar %Discount/premium % t.o.v. NAV
AVK11,62-5
BST22.90-4,85
IGR10,68-7,8
FOF10.830,78
RQI15,92-3,7
GAB14,335,56
HTD12.08-4,4
USA16,933,89
ASG17,732,61
ISD6,44-4,32
HQH16,283,28
Gemiddeld 12,79%

Conclusie
CEF’s zijn bemande beursgenoteerde fondsen en de kwaliteit van een CEF kun je deels bezien a.d.h.v. het verleden. Met CEF’s kun je een zeer gespreide portefeuille opbouwen in tal van marketen. De AATR bestaat uit dividend + herbeleggen van dividend + tussentijdse dividendgroei + koerswinst. Soms is koerswinst de belangrijkste component bij een hoge AATR (zoals bij BST, HQH en USA), soms is dat hoofdzakelijk het (herbeleggen van) dividend. Meestal is het een mix.
Soms kun je een CEF kopen met een discount en soms (enig tijd later) met een premie of andersom. Ook hier geldt dus gewoon in de tijd investeren, niet alles tegelijk.
De meeste fondsen koop je nu met een beperkte discount, sommige fondsen met een premie zoals GAB en USA. Vaak zijn dit fondsen waarvoor men graag een premie betaalt, gezien de kwaliteit van de fondsbeheerder (in dit geval Gabelli en Liberty).
Wanneer je een CEF koopt kijk je meestal eerst naar het dividendrendement. Echter; kiezen voor het hoogste dividendrendement betekent niet automatisch de hoogste opbrengst in 10 jaar.
Ga dus voor een mix van CEF’s en wees tevreden met een redelijk gemiddelde AATR van 9-12% zou ik zeggen.

Nieuwe Ambassador

Peter Kremer is nieuw als Ambassador voor Beter beleggen dan de bank. Hij was Financial Controller en nu vooral actief met hoogdividendbeleggen. En hij wil zijn ervaringen graag delen.

Peter Kremer legt uit hoe hij tegen hoogdividendbeleggen aankijkt:

“Voor wie in Coronatijd wat heeft kunnen sparen en nu geen wilde plannen heeft om de schade in te halen zou het een goed moment kunnen zijn om de stap naar HD-beleggen te zetten. HD-beleggen op de NYSE biedt aantrekkelijke rendementen. Moeilijk is het niet: met een goede broker en de Voorbeeldportefeuille in de hand kan je een goede start maken. 
Dan komen de vragen die zich langzaam maar zeker aan je opdringen. Er wordt gesproken over een plan dat je zou moeten maken. Maar hoe doe je dat ? Hoe weeg je rendement af tegen risico? Welke risico’s komen op je af, hoe groot zijn ze en hoe ga je er mee om ? Welke fondsen kies je, hoeveel aandelen koop je? Hoe zorg je voor een goede spreiding van risico’s? Wanneer moet ik verkopen? Hoe zit het met de kosten en belastingen? Wie kan mij daarbij helpen?

Ruim vier jaar geleden ben ik ermee begonnen. Ik ben meteen in het diepe gesprongen en heb in korte tijd een vermogen belegd. Doel: 3,5% effectief rendement om van te leven en het vermogen in stand houden. Moet kunnen, dacht ik. Ondanks een aantal grote zepers die ik voor lief heb leren nemen, heb ik mijn doelstelling overtroffen en kan het vermogen tegen een flinke stoot.

Met 30-40 aandelen in de portefeuille vond ik het nodig om een spreadsheet te ontwikkelen waarin ik de bewegingen nauwgezet kan volgen. Het signaleert fondsen die in de gevarenzone dreigen te belanden, die gekocht, bijgekocht of afgebouwd kunnen worden en met welke aantallen. Ik lees de commentaren van Fred en raadpleeg regelmatig Amerikaanse artikelen over fondsen die er in het spreadsheet gekleurd op staan. Ik stuur op dividend zonder al te veel risico, de koersen laat ik binnen bepaalde marges rustig bewegen. 

Ik heb Fred laten weten dat ik mijn kennis en ervaring belangeloos wil delen met startende en prille HD-beleggers in de regio Den Haag. Een klein clubje beleggers met een niet te ambitieus risicoprofiel, dat eens per maand bijeenkomt en behoefte heeft aan een plan, een doelstelling en een toolbox. Die een vermogen willen opbouwen of al onderweg zijn. Die willen weten hoe je de portefeuille renderend houdt en welke informatie daarvoor nodig is. 

HD-beleggen is een boeiende bezigheid die de onrust tegen gaat door vooral het dividendrendement voor ogen te houden. Amerikanen gedijen in een goed fiscaal klimaat en wij kunnen er ons voordeel mee doen.”

Op de pagina Ambassadors kun je zien hoe je hem kunt bereiken.

Overzetten van je Binck/Saxo portefeuille naar Lynx, hoe zou dat kunnen?

We krijgen op dit moment veel vragen van abonnees over het in zijn geheel overzetten van een Binck/Saxo-portefeuille naar Lynx. Ook een van onze ambassadors heeft er voor gekozen om zijn hele portefeuille over te zetten van Binck/Saxo naar Lynx. Hij heeft uitgezocht hoe dat werkt. Wij willen je zijn conclusies niet onthouden en laten zien hoe hij dat aanpakt.

Voor de overzetting van een gehele portefeuille naar Lynx rekent Binck €25 per fonds. Lynx ontvangt jouw fondsen gratis; je moet wel een Lynx-account hebben natuurlijk.
Je kunt Lynx opdracht geven om dit voor jou te doen; zij wikkelen dit verder af met Binck/Saxo. Onze ambassador heeft ervoor gekozen om de overzetting pas in januari 2022 te laten plaatsvinden omdat hij dan het gehele kalenderjaar 2021 kan afronden v.w.b. de fiscale afwikkeling. Dat is een persoonlijk keus. Normaliter duurt het 4-6 weken alvorens Lynx de transitie heeft afgerond.

Het alternatief is om jouw Binck/Saxo portefeuille te liquideren door alle fondsen eerst apart te verkopen, dollars om te wissen in euro’s, en deze vervolgens via je eigen bank weer te storten bij Lynx. Dan kun je daar je portefeuille opnieuw in dollars opbouwen. Dat is wel sneller maar ook duurder, bovendien loop je koersrisico zowel positief als negatief. Ook speelt mee, dat je misschien geen fondsen wilt verkopen omdat je vanuit het verleden een hoger dividendrendement hebt “vastgezet” t.o.v. het huidige dividendrendement.

Conclusie
Het overzetten van jouw portefeuille naar Lynx lijkt dus betrekkelijk eenvoudig. Het kost wat, maar aan de andere kant krijg je er bij Lynx (en Mexem) een aanzienlijke kostenbesparing voor terug v.w.b. de vaste maand en transactiekosten.

Opmerking:
Dit artikel is ingebracht door een ervaren hoogdividend-belegger en tevens BBddB-ambassador. Het is op inhoud gecheckt door Lynx. Bij BBddB hebben we nog geen ervaring met een dergelijke transitie. Je kunt ons er dus niet op aanspreken.

Vragen van lezers en reacties op forum

Wij ontvangen regelmatig (lezers)vragen onder meer naar aanleiding van Webinars. Ook talloze forum-reacties zijn noemenswaardig. Hierbij enige voorbeelden die mogelijk voor eenieder nuttig zijn.

Vraag van Peter
Kunt u mij misschien een toelichting geven over onderstaande proces, ik heb dit nog niet eerder gezien? Blijkbaar kan ik een voorinschrijving doen om aandelen tegen gereduceerd tarief te kopen of zie ik dan niet juist?

Liberty All Star Equity Fund Inc. has announced a subscription rights offering…..

Antwoord
Het betreft hier een zogenaamde “Rights Offering” van Liberty. Right Offerings worden de laatste tijd veel gedaan door CEF’s omdat men extra nieuwe aandelen wil uitgeven en daarvoor geld wil ophalen. Dat gaat vaak gepaard met een “aanbieding” voor bestaande aandeelhouders om mee te doen en zo enige voordelen te behalen. Zo’n aanbieding loopt meestal enige weken. Rights Offerings zijn best complex en niet allemaal hetzelfde. Als je mee wilt doen moet je je er in verdiepen en dat is niet eenvoudig. Ze zijn op korte termijn meestal nadelig zijn voor zittende aandeelhouders. Als lange-termijn-belegger hoef je niets te doen, maar als je een korte-termijn-kans wil benutten, om te profiteren, dan wel. Je kunt er meer over vinden in de Actueel van juli 2021.

Vraag van Karin:
U adviseert Lynx als broker. Kunt u ook aangeven hoe zij omgaan met de dividendbelasting op preferente aandelen? En/of dit erg verschilt met Saxo. Misschien kunt u per aandeel aangeven hoeveel Lynx inhoudt.

Antwoord
De bronbelasting op alle prefs was bij Binck altijd 0%. Bij Saxo wordt dit 15%. Ook bij Lynx zul je meestal 15% zien, maar kan zijn dat dit het einde van jaar wordt gecorrigeerd naar 0% bij sommige fondsen. Dat is afhankelijk van hoe het pref-dividend is opgebouwd in de VS. Tevoren is dat nauwelijks te voorspellen.

Webinar training, Webinar-specials en weer de klas in

De Workshop Hoogdividend-beleggen op zaterdag 30 oktober is volgeboekt. Er staat een volgende gepland op 22 januari 2022. Deze workshop is vooral bedoeld voor diegenen die al enige ervaring hebben met hoogdividend-beleggen en die hun kennis verder willen verdiepen. Dit alles in een informele omgeving. Zonder uitzondering worden deze bijeenkomsten dan ook hoog gewaardeerd. Kijk voor aanmelden bij Academy.

Video’s op YouTube

Voor veel van onze abonnees zal het inmiddels bekende kost zijn. Maar voor nieuwkomers, en als je aan een relatie wil uitleggen hoe jij belegt, zijn er video’s beschikbaar.

Webinar Kennismaken met hoogdividend-beleggen van 19 oktober gemist?
Kijk het hier terug!

Fred Hendriks heeft recent een podcast gemaakt samen met Harm van Wijk, oprichter van Beleggen.com met inmiddels bijna 55.000 leden. Je kunt deze podcast ook bekijken via YouTube.
https://www.youtube.com/watch?v=9S45q78HEyE

De Voorbeeldportefeuille

De Voorbeeldportefeuille blijft uiterst stabiel v.w.b. de dividenduitkeringen en we hebben op dit moment geen aanleiding om mutaties aan te brengen. Alle dividenden worden tijdig betaald en groeien ook bij een aantal fondsen. Wel blijven de beurzen op een hoog niveau. Wij raden je daarom aan om op dit moment niet te veel geld tegelijk te investeren. Doe het geleidelijk en neem de tijd. We hebben daarom het risicoprofiel van een aantal fondsen recent verhoogd naar M (midden) zoals o.a. bij GGT, GAB, USA en CGO.

Misschien willen sommige lezers daarom wel wachten op een correctie, die een keer gaat komen. Mocht die er komen, dan kun je lager instappen/bijkopen met een hoger dividendrendement. Bij prefs zien wel een lichte daling van de koersen (zie opmerking).
Een aantal Prefs en Babybonds worden weer koopwaardige omdat de call-date ver weg is en/of de aankoopprijs rond de 25-26 $ ligt. Dat geldt ondermeer voor AGNCO, GLOG en TNP.

Ook een aantal Prefs en Babybonds, waarvan de calldate voorbij, is zijn koopwaardig rond 25$ zoals JMPNZ, LMRKP, NSS. Mochten deze worden teruggeroepen dan ontvang je 25$ per aandeel, zo niet dan loopt het dividend gewoon door.

Opmerking:
Let wel op dat sommige Prefs en Babybonds in de Voorbeeldportefeuille nog steeds boven de nominale waarde van 25$ noteren terwijl de call-date voorbij is. Deze fondsen kun je beter niet (ver) boven de 25$ aankopen onder de huidige marktomstandigheden, tenzij je het risico van aflossen/terugtrekking van het fonds wilt nemen. TANNZ is een voorbeeld.

Overig portefeuille nieuws:

Newtek Business (NEWT)

NEWT heeft het dividend fors verhoogd met 17% naar ruim 1$ per kwartaal. Nu keert het bedrijf niet altijd hetzelfde dividend uit dus een beetje voorzichtigheid kan geen kwaad. Toch is dit het hoogste dividend ooit. Niettemin hanteren wij 0.80 $ als basis voor het nieuwe jaardividend van 3.20$ in de portefeuille.

Het (automatisch) overal gepubliceerde jaardividend van 14% nemen we dus met een korrel zout voor de nabije toekomst.
Onder de titel “NEWT, wat te doen?” hebben we het fonds geanalyseerd in de Actueel van augustus 2021. Dit naar aanleiding van een plotselinge koersdaling. Gezien de kwaliteit van dit fonds de hoge AATR, hebben we toen besloten om het fonds in portefeuille te houden. Het nu sterk verhoogde dividend is een goed teken ondanks het feit dat de koers nog niet terug is op het oude niveau. We houden er vertrouwen in, maar met de vinger aan de pols.