Pripps, nu al mislukt?

Ik heb de afgelopen maanden veel geschreven over de Pripps-verordening, die beleggen in specifieke Amerikaanse fondsen zoals ETF’s en CEF’s  via Nederlandse brokers moeilijk c.q. onmogelijk maakt. Ik heb ook geschreven dat de financiële wereld, de toezichthouder en de politiek zich er niet zo druk over lijken te maken. Minister Hoekstra van Financiën heeft het onderwerp weggewoven na Kamervragen en de toezichthouder zegt dat men uitsluitend de naleving van de regels controleert.

Op maandag 15 oktober 2018 bestede Kassa aandacht aan dit onderwerp. Ofschoon ik wel zag aankomen dat Pripps nauwelijks zou kunnen gaan werken deed Kassa er nog een flinke schep bovenop. Pripps vereist, zoals u weet, een financiële bijsluiter van de uitgevende partij. Kassa toonde de inhoud van diverse financiële bijsluiters en ik was verbijsterd over wat ik hoorde. De bijsluiters zijn dermate onduidelijk in taalgebruik en tevens zo complex qua inhoud, dat ze hun doel volledig voorbijschieten. Het woordgebruik en de terminologie zijn voor vrijwel niemand te begrijpen en zeker niet voor de gemiddelde consument waar ze immers voor bedoeld zijn.

Volgens Carien de Jager van de Rijksuniversiteit Groningen, die recent op dit onderwerp promoveerde, halen financiële bijsluiters maar weinig uit. Ze bieden geen bescherming aan de consument, want het taalgebruik is lastig en de ingewikkelde producten zijn ook moeilijk in eenvoudige taal aan de consument uit te leggen. Kortom, al die informatie ter grootte van twee à drie A4tjes heeft weinig zin.
Bovendien schrijven de financiële instellingen de bijsluiter zelf, volgens regels die door de AFM worden gecontroleerd. Zou het kunnen dat financiële instellingen de bijsluiter expres onbegrijpelijk maken? De Jager weet het niet, maar wel dat het eenvoudiger moet kunnen.
Er zijn natuurlijk wel prikkels om onbegrijpelijke taal te gebruiken. En transparantie is al geen sterk punt bij financiële instellingen

Wij lijken dus (weer) opscheept met zinloze regelgeving ter verhoging van ons vertrouwen in de financiële sector. Kan iemand daar eens echt iets aan doen? Dan kunnen we tenminste weer gewoon beleggen, ook in de VS. Ook Europa blijkt dus goed in het opwerpen van handelsbelemmeringen.

Amerikaanse brokers staan niet (meer) te trappelen om Europese klanten te bedienen

Als (dividend)belegger in de VS en mogelijk als abonnee van onze site heeft u ongetwijfeld meegekregen dat, sinds begin van dit jaar, Amerikaanse fondsen o.a. van het type ETF (index-tracker) en CEF’s (Closed end Funds) niet meer beschikbaar zijn via Nederlandse/Europese brokers.
Dat komt doordat deze producten (zogenaamde verpakte beleggingsproducten), binnen de Europese Unie, alleen (weer) mogen worden aangeboden als de ontwikkelaar ervan een “Essential Information Document” (EID) beschikbaar stelt in de lokale taal, dus niet in het Engels.

De weerstand onder beleggers tegen deze bizarre maatregel blijft dan ook groot.
Immers: bij beleggen is risicospreiding essentieel. Fondsen zoals index-trackers bieden automatisch risicospreiding omdat ze een markt/index volgen; voor veel spaarders/beleggers dus aantrekkelijk.
Uit een recente (juli) verkenning van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) blijkt dat het merendeel van de (Amerikaanse) ontwikkelaars/aanbieders van dergelijke producten nog geen EID hebben opgesteld. De vraag is of en wanneer dat wel gaat gebeuren. Daardoor kan ca. 25% van de fondsen in onze voorbeeldportefeuille voorlopig niet meer worden gekocht via Nederlandse/Europese brokers.

Voor de goede orde: De voorbeeldportefeuille biedt ruim voldoende andere hoogdividendfondsen die wel te koop zijn/blijven via Nederlandse brokers; “gewone” aandelen vallen immers buiten de regeling.

Daar komt bij dat de EU opnieuw ingewikkelde wetgeving heeft laten ingaan in mei van dit jaar met betrekking tot de privacy. Het gaat om de GDPR.

Wat is GDPR?
Het staat voor de General Data Protection Regulation. In Nederland wordt dit de privacyverordening genoemd. Het is een belangrijke Europese verordening die gaat over hoe de gegevens van EU-burgers kunnen worden gebruikt door bedrijven. In dit geval wel nuttig lijkt me in tegenstelling tot de EID eis, maar…
Iedere organisatie die de gegevens van Europeanen verwerkt heeft ermee te maken, ongeacht waar ter wereld het bedrijf gevestigd is.
Zelfs als een bedrijf geen vestigingen heeft in Europa geldt dat, wanneer men “EU-data” heeft, de EU-regels leidend zijn. Voor organisaties die de GDPR-regels schenden zijn de potentiële straffen niet mild.  Het is duidelijk dat ook Amerikaanse bedrijven hier bang voor zijn.

Al deze nieuwe Europese verordeningen maken dat Amerikaanse brokers vooralsnog niet staan te trappelen om (nieuwe) Europees (particuliere) klanten te accepteren. Eerst wil men een en ander financieel en juridisch toetsen en de potentiele risico’s van zaken doen in/met Europa inzichtelijk krijgen.

Wat betekent dit voor u als belegger in de VS?
Het is dus niet zo vreemd dat Amerikaanse brokers (en ander bedrijven) vooralsnog terughoudend zijn in Europa. Bij onze pogingen de laatste maanden om een non-EU-broker account te openen geven de meesten niet (meer) thuis of maken het extreem moeilijk. Bekende Amerikaanse brokers zoals TD-Ameritrade, E-Trade en Charles Schwab zijn hier voorbeelden van. Interactive Brokers (IB) UK weigert ook Europese klanten, die in Amerikaanse index-trackers willen beleggen.  Zwitserland biedt nog wel enige mogelijkheden maar voor hoelang?

Wilt u echter ook beleggen in de aantrekkelijke Amerikaanse “verpakte beleggingsproducten”, zoals Amerikaanse index-trackers en Closed end Funds, mede vanwege hun veelal hoge dividenden, dan moet u daarvoor toch een non-EU-broker vinden.

Er zijn nog wel Amerikaanse brokers, die u als Nederlandse klant/resident wel accepteren. Wij zetten ons onderzoek voort, waarbij we onder meer nagaan of men dan ook de regels rond de dividendbelasting correct uitvoert. Wij hopen binnenkort een of meerder mogelijkheden te kunnen aanreiken.

Tot slot: mocht u nog suggesties/informatie of andere ideeën hebben over dit onderwerp, laat het ons weten!

Beter beleggen met hoogdividendaandelen in de VS

Voor de website Beleggersonline.nl schreef Fred Hendriks deze introductie voor beleggers die nog onbekend zijn met het fenomeen hoogdividendbeleggen.

Nederlandse beleggers denken bij het begrip dividend vooral aan Shell. Dan een hele tijd niets en vervolgens misschien aan Ahold of Randstad. Meestal praat je dan over een rendement van maximaal enkele procenten.
In de VS behaal je moeiteloos 6 tot 12 procent.

Als aandeelhouder van een onderneming word je automatisch een stukje mede-eigenaar en dan heb je dus ook recht op een deel van de winst, wanneer deze tenminste in de vorm van dividend wordt uitgekeerd.

De meeste beleggers realiseren zich onvoldoende dat dividend op termijn een aanzienlijk deel van het totaalrendement van een beleggingsportefeuille uitmaakt. Dat geldt zeker voor beleggen met dividendrendement als voornaamste doelstelling in de Verenigd Staten.

Dat is daar de gewoonste zaak van de wereld. Dat moet daar ook wel, want Amerikanen hebben niet de pensioenvoorzieningen zoals die in Nederland cq. Europa gebruikelijk zijn. In de VS moet men grotendeels zelf voor zijn oude dag zorgen. Veelal doet men dit via (her)beleggen van dividendopbrengsten. Dat biedt ook mogelijkheden voor Nederlandse beleggers.

Gelukkig maar, want de rente is inmiddels tot een historisch laag peil gezakt en zal de komende tijd nauwelijks stijgen. De AOW-leeftijd wordt geleidelijk aan verhoogd en de overheid verwacht dat je meer gaat bijdragen aan voorzieningen. De pensioenfondsen kampen met tekorten. Er is dus veel voor te zeggen om je financiële lot in eigen hand te nemen.

In de VS bestaat een echte dividendcultuur. Zo’n cultuur kent men bij ons niet vrijwel niet. De Amerikaanse dividendcultuur gaat zelfs zover dat bedrijven en overheden een groot aantal regelingen hebben ontwikkeld, die het voor gewone Amerikanen mogelijk maken om op professionele wijze te beleggen. Dankzij dergelijke regelingen is het mogelijk om dividendrendementen te behalen van 6 tot 12 procent per jaar. Er zijn zelfs specifiek beleggingsfondsen die een “10% dividendpolicy” hebben. En het aardige is dat we hier als ook Nederlanders gebruik van kunnen maken. Handig is het daarbij dat het dividend altijd maandelijks of per kwartaal uitgekeerd.

RIC- regeling
Eén van de redenen waarom veel Amerikaanse fondsen en bedrijven zulke hoge dividenden kunnen uitkeren is het feit dat veel van die fondsen onder de zogenaamd RIC-regeling (Regulair Investment Corporation) vallen, een typisch Amerikaans fenomeen. Bedrijven en fondsen die onder deze regeling vallen moeten 90 procent van hun winst afdragen aan de aandeelhouders in de vorm van dividend. In ruil betalen deze organisaties geen winstbelasting. Hiermee wordt het de aandeelhouders mogelijk gemaakt om een (pensioen)vermogen op te bouwen. Op de Amerikaanse beurzen zijn honderden van dergelijk RIC- fondsen te vinden.

Voorbeeld: REIT’s
De zogenaamde REIT’s (Real Estate Investment Trusts) zijn één van de meest populaire type RIC-fondsen. REIT’s houden zich bezig met exploitatie, financiering of bezit van onroerend goed in de meest ruime zin. In de VS bestaan vele typen REIT’s variërend van Mortage REIT’s (hypotheken), Storage REIT’s (opslag), Housing REIT’s (woningen), Skilled nursing REIT’S (medisch) , Telecom/Datacenter REIT’s, enz. Keus genoeg voor de belegger.

De meeste bieden een dividendrendement van 4-12 procent per jaar en meestal ook een DRIP (Dividend Re- Investment Plan).
Recent is een overzicht gepubliceerd (annualized returns by asset class) door de grote Amerikaanse financiële instelling JP Morgan. Dit laat zien dat REIT’s over de laatste 20 jaar de lijst aanvoeren als beste belegging met een jaarlijks opbrengst van gemiddeld 9,1%.

Voor zzp-ers en pensionados
Wanneer je je geld zelf solide belegt in gerenommeerde Amerikaanse bedrijven die maandelijks of per kwartaal een deel van de winst uitkeren in de vorm van (hoog)dividend levert dat aanzienlijk meer op dan de spaarrente. De methode leent zich voor het opbouwen van vermogen, bijvoorbeeld voor een pensioen, of om je toekomst als zzp’er zeker te stellen. Het rendement ligt aanzienlijk hoger dan bij andere methoden en kent een vergelijkbaar of lager risico.

Als je al over spaargeld beschikt, kun je de methode gebruiken om daar een inkomen uit te verwerven zonder in te teren op je vermogen. En dit alles vrijwel belastingvrij. Ingewikkeld is het niet. Als je je een beetje erin verdiept heb je de bank er niet bij nodig. Zo bespaar je ook nog eens op de beheerskosten.

Eenvoudig 8-10 % netto rendement met “Prefs”

Vrijwel alle abonnees van onze site hebben een of meerder preferente aandelen (Prefs) opgenomen in hun portefeuille. De reden is niet moeilijk te raden. Preferente aandelen zijn namelijk een zeer rustige belegging, zonder slapeloze nachten en bovendien meer dan gemiddeld veilig.

Ik zal uitleggen waarom.

Amerikaans bedrijven, meestal de grotere gerenommeerde, kunnen op diverse manieren geld aantrekken. Een van deze manieren is het uitgeven van zogenaamde preferente aandelen (Prefs), naast “gewone aandelen”.
Wat is nu precies een preferent aandeel, die vooral bij Amerikaanse bedrijven populair zijn?

Een preferent aandeel wordt uitgegeven om geld aan te trekken, maar de bezitters hebben andere voordelen en rechten.
Een Pref koopt u gewoon op de beurs net als een gewoon aandeel. De meeste Prefs worden uitgegeven tegen een nominale waarde van 25$ (soms 50$). U zult dus altijd zien dat de koers van Prefs meestal rondom deze 25$ blijft schommelen gedurende de looptijd, tenzij er fundamenteel iets misgaat met het bedrijf.
Een preferent aandeel heeft een zogenaamde couponrente, dat is het dividend dat het bedrijf aan u betaalt. Amerikaanse Prefs betalen per maand of per kwartaal. Dit dividend is in feite rente en blijft in vrijwel alle gevallen gelijk gedurende de looptijd. Gewoonlijk hebben Prefs een looptijd zonder einddatum (perpetual); wel kan het uitgevende bedrijf de Pref van de beurs halen na een bepaalde datum maar dat hoeft niet. In dat geval ontvangt u de uitgiftewaarde (25$) plus achterstallig dividend.
Preferente aandelen kunnen cumulatief zijn of non-cumulatief. Onze Voorbeeldportefeuille nemen wij hoofdzakelijk cumulatieve Prefs op. Bij cum-prefs kan het bedrijf namelijk de betaling van dividend tijdelijk bevriezen bij “problemen”.
Het uitgevende bedrijf is dan echter te allen tijde wettelijk verplicht het achterstallige dividend op een later tijdstip alsnog uit te betalen.
Als het dividend uiteindelijk niet meer zou worden uitgekeerd, is het bedrijf in feite failliet

Preferente aandeelhouders hebben daarnaast altijd de prioriteit, m.b.t. de ontvangst van dividend, boven de gewone aandeelhouders. Aan gewone aandeelhouders is in principe nooit dividend verschuldigd; aan pref-aandeelhouders wel.

Zijn er dan geen nadelen?
Eigenlijk niet zo veel. Koerswinst is met Prefs niet waarschijnlijk tenzij u ze aankoopt onder de 25$. (Wel uitkijken dan want een Pref met een waarde van 20$ of minder kan een reden hebben). Het Pref-dividend blijf daarnaast altijd constant en groeit nooit. Al met al vormen Prefs meestal een rustige stabiele belegging voor vele jaren.
Wanneer u Prefs koopt via Binckbank of Alex betaalt u geen bronbelasting. Het dividend is dan 100 % netto. Bij DeGiro betaalt u 15%. Vraag me niet waarom dit verschil; ik ben er nog niet achter.
Onze voorbeeldportefeuille bevat tal van Prefs die al jaren een dividendrendement opleveren van 8-10% netto. Prefs ook iets voor u?

Het eerste jubileum

Het is deze maand een jaar geleden dat het boek “Beterbeleggendandebank” op de markt is gekomen. De uitgever en ik willen daar graag even bij stilstaan.
Onmiddellijk nadat het boek verscheen, werd er in diverse media op ruime schaal aandacht aan besteed. Dit resulteerde in een snelle acceptatie van het boek (zelfs op een gegeven moment het meest verkochte beleggingsboek) en de methodiek van Hoogdividendbeleggen in de VS. Dit overtrof al onze verwachtingen. Kennelijk hebben veel mensen behoefte aan een gedegen mogelijkheid om aanzienlijk meer rendement te behalen op hun spaargeld tegen vergelijkbare risico’s. Zeker wanneer je ook niet dagelijks hoeft te letten op koersbewegingen en dus rustig kunt slapen. Sparen bij uw bank of beleggen in de huisfondsen levert immers vrijwel niets op. U weet dat meer dan 90% van de beleggingsfondsen nooit de index verslaat en dat u dus veel beter zelf aan de slag kunt gaan.
Gebleken is dat het boek, in combinatie met de website en de maandelijks nieuwsbrief/voorbeeldportefeuille, het voor velen mogelijk heeft gemaakt om zelf te gaan beleggen in Amerikaanse Hoogdividendaandelen met een rendementen van 8-12 % per jaar en soms zelfs aanzienlijk meer. Het afgelopen jaar hebben velen dan ook de stap gezet. Uit de talrijke positieve reacties blijkt dat de meesten hun “cash-machine” al (deels) hebben “draaien” en maandelijks hun dividenden ontvangen.

[advertentie]
336x280

Toch staat ook de wereld van Hoogdividendbeleggen niet stil en moeten we soms onze benadering en strategieën herzien of aanpassen en daar werken we voortdurend aan. Het afgelopen half jaar was dat het geval met de Europese Priips-verordening, waardoor sommige fondsen voor Europeanen pas weer te koop zijn als de (Amerikaanse) uitgevende partij een (Nederlandstalige) bijsluiter beschikbaar stelt. Hier creëert de EU opnieuw een oplossing voor een probleem dat niet bestaat, maar we hebben wel last van.
We houden onze abonnees zo veel mogelijk op de hoogte van alles wat betrekking kan hebben op het verdere succes van hun portefeuille. Ook werd het afgelopen jaar duidelijk, dat de gevestigde orde niet altijd even ingenomen is met “Beterbeleggen dan de bank”. Wij promoten immers het feit dat u zelf aan de slag moet met beleggen en dan nog wel in de VS. Regelmatig worden we dan ook gepasseerd bij verzoeken tot deelname aan events die veelal gesponsord worden door de klassieke financiële partijen. Daarom zullen we ook in het “nieuwe jaar” de “Hoogdividendmethodiek” op onze eigen wijze onder de aandacht blijven brengen via informatieavonden en workshops. Het afgelopen jaar hebben deze geanimeerde bijeenkomsten immers in een behoefte voorzien. Binnenkort worden nieuwe data gepubliceerd op onze site.
Mocht u ook willen starten, kom eens langs; u zult er geen spijt van hebben!

Ook DeGiro stopt met Closed-end-Funds

In mijn blog van 13 maart 2018, alsmede in de nieuwsbrief, heb ik uitvoerig aandacht besteed aan de interpretatie van de Pripp-verordening door Binckbank.
De Europese Pripp-verordening houdt in dat bepaalde (Amerikaanse) fondsen een “Nederlandstalige bijsluiter” moeten bieden, anders mag het fonds niet meer door een Nederlandse broker worden aangeboden.
Na Binckbank heeft helaas nu ook DeGiro besloten om een groot deel van de CEF’s niet meer beschikbaar te stellen alvorens het betreffende fonds een Nederlandstalige bijsluiter publiceert.
Dit is een draai van 180 graden van DeGiro t.o.v. hun eerdere interpretatie, waarbij men verklaarde dat de Pripp niet van toepassing is op aandelen en dus ook niet op CEF’s.
Waarom deze draai?

Zoals u inmiddels weet zijn CEF’s typisch Amerikaanse beleggingsfonds-aandelen; een vorm die in Europa vrijwel onbekend is. CEF’s bieden gewoonlijk hoge dividendrendementen worden veelal aangeboden door grote stabiele financiële instellingen in de VS met als doel vermogensvorming en pensioenopbouw. U koopt ze als gewoon aandeel op Amerikaanse beurzen.

Het niet meer aanbieden van deze fondsen door Nederlandse brokers is o.i. in tegenspraak met eerdere berichtgeving zoals wij die van de AFM ontvingen.

“Met ingang van 1 januari 2018 moet er voor een groot aantal beleggingsproducten en verzekeringsproducten met een beleggingscomponent (PRIIP) een Essentiële-informatiedocument verstrekt worden. Dit is bepaald in Europese wetgeving. In december 2016 heeft de AFM via de publicatie van een veelgestelde vraag op haar website kenbaar gemaakt dat zij geen andere taal dan het Nederlands aanvaardt. Het doel van het Eid is retailbeleggers inzicht te verschaffen in de kenmerken van een PRIIP, zoals het verwachte risico, rendement en kosten. Dit doel wordt volgens de AFM het best bereikt door het Eid in ieder geval in het Nederlands beschikbaar te stellen. Het is niet mogelijk hiervan af te wijken.

“De ontwikkelaars en aanbieders van producten moeten zelf bepalen of ze hun producten wel of niet onder de definitie van een PRIIP laten vallen. De Europese Commissie die deze wet(Verordening) heeft opgesteld, heeft geen lijst met producten benoemd die onder de definitie vallen”

Ogenschijnlijk heeft de AFM alsnog besloten om Nederlandse brokers te verplichten/verzoeken om CEF-fondsen niet meer aan te bieden alvorens de bijsluiter aanwezig is. Dit lijkt in tegenspraak met het feit dat aanbieders van deze producten dit zelf mogen bepalen.
De vraag hierbij is wie de aanbieder is; is dat de uitgevende Amerikaanse instelling of Nederlandse brokers die ons deze fondsen aanbieden?
Wij hebben de AFM hier verdere vragen over gesteld en zullen een en ander met u delen zodra dit kan.

Intussen kunnen wij niets anders dan (voor ons relevante) aanbieders/ontwikkelaars van dergelijks fondsen (in de VS) aanschrijven met met verzoek om z.s.m. een Nederlandse bijsluiter te ontwikkelen en te publiceren. Vanzelfsprekend hebben wij geen enkel idee of men hier snel gehoor aan geeft.
Daarnaast zullen wij de modelportefeuille (tijdelijk) in een andere richting gaan sturen v.w.b. het toevoegen van nieuwe hoogdividendfondsen. Gelukkig is er keus genoeg maar het blijft bizar dat honderden populaire CEF’s van ‘s werelds grootste financiële instellingen opeens niet meer beschikbaar zijn voor Nederlanders, noch privé noch zakelijk. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?

We houden u op de hoogte!

 

Nogmaals Pripp: Binckbank roomser dan de paus?

Opnieuw besteed ik deze blog aandacht aan een van de – belangrijke – verschillen tussen de diverse brokers. Wanneer u gaat beleggen in Amerikaanse Hoogdividendaandelen is het verstandig om een (Nederlandse) broker te kiezen die in alle opzichten volledig thuis is in Amerikaanse fondsen en deze ook kan aanbieden en afhandelen v.w.b. regelgeving en (bron)belastingen.
De in Nederland gevestigde brokers doen dit op hoofdlijnen prima, maar gaan toch op een aantal punten verschillend om met deze zaken. In de voorbeeldportefeuille zullen we dan ook vanaf heden (binnen onze mogelijkheden) proberen aan te geven of er aandachtspunten zijn m.b.t. beschikbaarheids- en (bron)belasting-issues bij de diverse brokers.

Zo is er de afgelopen periode veel tumult geweest m.b.t de nieuwe Pripp-verordening. Ik noemde dit in de laatste nieuwsbrief zelfs een bizarre maatregel.

De Pripp-verordening houdt in dat bepaalde Amerikaanse fondsen een “Nederlandstalige bijsluiter” moeten bieden, anders mag het fonds niet meer door een Nederlandse broker worden aangeboden.

Met name de zogenaamde Closed end Funds (CEF’s) in onze voorbeeldportefeuille worden hierdoor geraakt wanneer u Binckbank als broker heeft.
CEF’s zijn typisch Amerikaans en bieden gewoonlijk hoge dividendrendementen. Ze worden aangeboden door grote stabiele financiële instellingen in de VS met als doel vermogensvorming en pensioenopbouw. Bovendien kunt u ze gewoon, als aandeel, kopen op de Amerikaanse beurzen.

Onze voorbeeldportefeuille bevat 8 CEF’s die u, t.g.v. de Pripp-verordening, niet meer kunt kopen via Binckbank. Maar bijvoorbeeld wel bij DeGiro!
We hebben navraag gedaan bij de AFM. Die meldt het volgende:

Met ingang van 1 januari 2018 moet er voor een groot aantal beleggingsproducten en verzekeringsproducten met een beleggingscomponent (PRIIP) een Essentiële-informatiedocument verstrekt worden. Dit is bepaald in Europese wetgeving. In december 2016 heeft de AFM via de publicatie van een veelgestelde vraag op haar website kenbaar gemaakt dat zij geen andere taal dan het Nederlands aanvaardt. Het doel van het Eid is retailbeleggers inzicht te verschaffen in de kenmerken van een PRIIP, zoals het verwachte risico, rendement en kosten. Dit doel wordt volgens de AFM het best bereikt door het Eid in ieder geval in het Nederlands beschikbaar te stellen. Het is niet mogelijk hiervan af te wijken.

De ontwikkelaars en aanbieders van producten moeten zelf bepalen of hun producten wel of niet onder de definitie van een PRIIP vallen. De Europese Commissie die deze wet(Verordening) heeft opgesteld, heeft geen lijst met producten benoemd die onder de definitie vallen. Wel zijn er eigenschappen benoemd, waarmee marktpartijen kunnen bepalen of een product wel of niet onder de definitie van een PRIIP valt en of er een Eid ontwikkelt en verstrekt moet worden.

Op basis van dit AFM-antwoord hebben we zowel aan Binck als DeGiro gevraagd om de CEF’s  weer beschikbaar te maken resp. te houden. CEF’s zijn namelijk in de VS gewone aandelen die niet onder een Pripp zouden moeten vallen.

Het antwoord van Binckbank:

“…Juridisch zien wij ook geen argumenten om Closed-end funds buiten de formele reikwijdte van PRIIPS te kunnen houden. Het verschil tussen Closed-end en open-end funds zit ook met name in de wijze van verhandeling en niet in de aard van het product. De doelstelling van PRIIPS is juist om de aard (deze specifieke kenmerken) van het product inzichtelijk te maken…”

Het (tegenstelde) antwoord van DeGiro:

“…In principe is de regelgeving niet van toepassing op welke aandeel dan ook. De door u genoemde aandelen (CEF-aandelen uit onze portefeuille) kunnen nog steeds worden gekocht…”

Conclusie

De interpretatie van de Pripp-verordening van DeGiro is m.i. juist. CEF’s zijn immers gewone aandelen. Voorlopig komen we er bij Binckbank niet doorheen en is het wachten op Nederlandstalige bijsluiters van de betrokken fondsen. Hoe lang dit gaat duren is onduidelijk. Het lijkt erop dat de compliance-afdeling bij Binckbank op dit punt het laatste woord heeft.  U kunt CEF’s daar voorlopig niet (bij)kopen; u kunt wel uw huidige CEF’s in portefeuille houden en dividend blijven ontvangen.
Intussen kunnen wij niet anders dan u wijzen op deze situatie. Voor een juiste risicospreiding van onze (en uw) portefeuille is het nodig om verschillende typen fondsen op te nemen. Amerikaanse CEF’s  zijn daarvoor belangrijk.
Wanneer u hoogdividend CEF’s in uw portefeuille wilt aankopen of toevoegen, dan moet u dus vooralsnog een (extra) account bij bijvoorbeeld DeGiro nemen. Niet echt handig, maar op dit moment helaas realiteit.

PRIPP gooit roet in het eten

Vele van onze lezers hebben een beleggingsrekening bij een Nederlandse broker zoals Binckbank, DeGiro, etc. Binckbank en DeGiro hebben enige dagen geleden hun relaties laten weten, dat men in een aanzienlijk aantal fondsen voorlopig niet kan beleggen.
De reden is het van kracht worden van de Europese PRIIPs verordening op 1 januari 2018.  Aanbieders van (speciale) fondsen en beleggingsproducten dienen eerst het zogenaamde Essentiële Informatiedocument (Eid) beschikbaar te stellen in de Nederlandse taal. Een Eid is een soort financiële bijsluiter.
Vooralsnog treft deze verordening ook een aantal fondsen uit onze voorbeeld-portefeuille.
Wij zijn hierdoor volledig verrast, mede omdat wij het onbegrijpelijk vinden dat er ook fondsen van grote gerenommeerde aanbieders zoals Pimco en Blackrock op de lijst staan.
Wat opvalt is dat de “getroffen” fondsen uit de voorbeeldportefeuille allemaal zogenaamde Closed End Funds (CEF) zijn. Wij hebben dergelijke dergelijk fondsen al jaren in bezit c.q. opgenomen in de portefeuille.
Wij hebben dan ook weinig begrip voor deze nieuwe situatie.
De PRIFF- verordening is, volgens de site van de AFM, niet van toepassing op gewone aandelen of obligaties. CEF’s worden in de VS verhandeld als gewone aandelen (dit in tegenstelling tot open-end funds zoals wij die veelal in Europa kennen). Wij zullen deze zaak dan ook ter verdere beoordeling voorleggen aan de AFM. De reactie van Binck en ook van DeGiro is dat men hier niets aan kan doen.
Zij gaan ervan uit dat genoemde fondsen op termijn de bijsluiter zullen gaan verstekken in alle Europese landen.
U kunt dus voorlopige een aantal fondsen uit onze voorbeeldportefeuille niet kopen. Reeds in uw bezit zijnde fondsen kunt u gewoon behouden en het dividend loopt ook door. Fondsen verkopen blijft ook mogelijk.
Wij houden u op de hoogte; wordt vervolgd.

Huisbaas zonder zorgen?

Real Estate investment Trusts (REIT’s) klaar voor 2018

Wanneer u in onroerend goed investeert, afgezien van uw eigen woning, 
kunt u veelal genieten van huuropbrengsten en misschien waardestijging. 
Als eigenaar krijgt u daarbij ook de zorgen. Is/blijft uw huurder credit-waardig, houdt uw pand zijn waarde, zijn of komen er (verborgen) gebreken? 
En what about de onderhoudskosten; allemaal onzekerheden voor u als huisbaas.

Wilt u dat allemaal wel?

Wanneer u deze zorgen niet wilt, adviseer ik u eens te kijken naar Amerikaanse Real Estate Investment Trusts (REIT’s). U kunt hiermee een vergelijkbare stabiele inkomensstroom (dividend) verkrijgen zonder alle kopzorgen.

Zoals u wellicht weet bestaan er vele specialistische REIT’s met investeringen in bijvoorbeeld winkelcentra, datacenters, gezondheids-, en (senior) housing faciliteiten en telecom-infrastructuur.

Amerikaanse analisten zijn het erover eens dat REIT’s in 2018 eveneens in koers kunnen stijgen. De reden: Trump en zijn nieuwe belastingplan. Hierdoor gaan Amerikanen aanzienlijk minder belasting betalen over hun (REIT) dividendinkomsten.

Vergeet daarbij niet dat REIT’s in de VS geen winstbelasting hoeven te betalen; ze zijn dan wel verplicht om 90% van hun winst uitkeren in de vorm van dividend!

Vandaar ook de hoge dividenden tot wel 12%, die voor ons slechts met 15% bronbelasting worden belast. Bovendien zijn REIT’s op dit moment betrekkelijk goedkoop door de angst voor een verdere rentestijging. In het verleden is echter altijd gebleken dat een rentestijging juist goed is voor REIT’s, omdat de economie aantrekt, er meer vraag ontstaat naar onroerend goed en de opbrengsten stijgen.

De voorbeeldportefeuille bevat talloze REIT’s; fondsen die u gewoon kunt kopen op de beurs. Abonnees op onze maandelijkse nieuwsbrief en voorbeeld-portefeuille doen er al hun voordeel mee. U ook binnenkort?

Bronbelasting op preferente aandelen; het vervolg

Zoals u heeft kunnen lezen in mijn laatste blog, hebben talloze abonnees vragen gesteld over de hoogte van de bronbelasting bij Amerikaanse preferente aandelen. Onze voorbeeldportefeuille bevat namelijk talloze preferente aandelen (pref’s), die als kenmerk hebben dat ze door (grote) gerenommeerde organisaties worden uitgegeven. Ze zijn zeer stabiel en bieden, gedurende de vaak lange looptijd, een vaste uitkering. Dat maakt deze fondsen veelal tot “laagrisico-fondsen”.

In mijn blog van 1 december jl. met als titel “Bronbelasting bij DeGiro niet altijd juist berekend” heb ik u hierover al geïnformeerd.
Wij hebben inmiddels enig contact gehad met DeGiro en helaas verwijst men ons steeds naar hun Amerikaanse tegenhanger/broker. Deze Amerikaanse broker houdt standaard 15% bronbelasting in op pref’s en DeGiro berekent dit door aan haar klanten.

Een en ander blijft intussen zeer tegenstrijdig omdat bijvoorbeeld Binckbank nooit bronbelasting op pref’s inhoud, zoals ik zelf al jaren ervaar. DeGiro daarentegen rekent, ons inziens onterecht, 15% bronbelasting en dat kost ons/u dus geld.

Uitkeringen van Pref ’s moet namelijk worden gezien als rente (zoals bij obligaties) en niet als dividend. Er wordt namelijk altijd een couponrente genoemd bij pref’s. Ook sommige van onze relaties, die handelen via hun eigen huisbank, lopen regelmatig tegen dit probleem aan. Om deze discussie met de diverse brokers/banken verder te kunnen voeren, en eventueel onafhankelijk advies te vragen, ontvangen wij graag meer informatie van u als belegger.

Ons verzoek is daarom om uw ervaringen m.b.t. de inhouding van bronbelasting op pref’s met ons te delen.
Hoe gaat uw broker (Binck, Alex, Lynx, DeGiro, uw eigen bank etc.) hier mee om; laat het ons weten. Met deze gegevens kunnen wij verdere stappen ondernemen en daarmee hopelijk duidelijkheid scheppen voor onze relaties.

Stuur een mail naar: info@beterbeleggendandebank.nl