Hoeveel dividend heb je nodig?

De risico’s van beleggen in hoogdividendaandelen in de VS zijn niet al te groot. Dat neemt niet weg dat risico’s nooit helemaal zijn uit te sluiten. Koersen kunnen op en neer gaan. Wij speculeren met hoogdividendbeleggen niet op koerswinst, maar als koersen dalen is dat toch niet leuk. Meestal valt de schade ook dan nog mee. Immers, als je al een jaar lang 10 procent dividend hebt opgestreken en de koers zakt dan met 10 procent, heb je nog altijd geen verlies. Hoog dividend dempt koersfluctuaties.

Een ander risico vormt de koers van de euro/dollar. Dat kan natuurlijk twee kanten op. Maar als het de verkeerde kant op gaat, hoef je daar niet meteen heel erg van te schrikken.

In de laatste nieuwsbrief staat een rekenvoorbeeld van iemand die €100.000 investeert. Bij de huidige dollars koers van rond $1,13 en 8 procent dividendrendement kun je uitrekenen dat dit na vijf jaar gegroeid tot $158.200. Als de dollar in die tijd is gestegen tot $1,41 en je moet verkopen, krijg je nog €112.163 terug. M.a.w.: als de dollar in 5 jaar 20% zakt, heb je nog steeds een rendement van € 12.163, ofwel 2,4% per jaar. En dan hebben we het herinvesteren van dividend nog niet eens meegenomen.
Vanzelfsprekend hebben is het omgekeerde ook mogelijk en dan verdient u (extra) aan de valutakoers.

Maar wellicht nog belangrijker is om bij jezelf na te gaan hoeveel je wilt en kunt investeren. En vooral: wat heb ik nodig!

Het is heel verleidelijk om de dividend-geldmachine – zoals het Financieel Dagblad het noemde – te blijven voeden met spaargeld. Je kunt er hebberig van worden. Maar de hamvraag is natuurlijk: wat heb je nodig? Want voor een prettig leven volstaat een zeker bedrag, en meer geld maakt het leven niet automatisch nòg prettiger.

Daarom is het zo belangrijk om jezelf een doel te stellen. Wat wil ik bereiken met hoogdividendbeleggen? Je hebt bijvoorbeeld spaargeld en daar wil je een zeker inkomen uithalen. Of je bent jong, en je denkt aan later en je wilt op een bepaalde leeftijd een zeker bedrag beschikbaar hebben. Om dat dan om te zetten in inkomen, of voor een ander doel.

Je kunt dan gaan rekenen met een gemiddeld dividend van bijvoorbeeld 10 procent. Dat betekent wel dat je enkele dividendfondsen met een wat hoger risico moet meenemen in je portefeuille. Maar misschien kom je er ook met 8 procent? Dan kun je dividendfondsen met een wat lager risico kiezen, zoals de zogenaamde preferente aandelen of de zogenaamde babybonds.

Kortom: pas je beleggingsstrategie aan je behoeften aan. En daarvoor hoef je niet altijd persé het onderste uit de kan te halen.

Wilt u er meer van weten bezoek dan een van onze informatieavonden of workshops.

Welk type belegger wil je zijn?

De meeste analisten zijn er het over eens dat er mindere tijden zullen aanbreken v.w.b. de economische groei. Zeker voor 2020 is de verwachting dat een groeivertraging zal optreden ook in de VS. Daarmee lijkt waarschijnlijk, dat er ook een voorlopig einde komt aan de forse stijging van de aandelenbeurzen van de laatste jaren. Ook de belastinghervormingen van Trump zijn dan misschien uitgewerkt. Op zichzelf is dit niets bijzonders; goede en slechte/minder goede tijden ”it’s all-in the game”. Moeten we ons als belegger daarop voorbereiden en ……welk type belegger wil je zijn?

Drie type beleggers
Er zijn op hoofdlijnen drie type beleggers. De eerste soort belegger weet er veel van af, verdiept zich in de talloze van vormen van beleggen, gebruikt analysetools en volgt de beurs veelal dagelijks; kenners dus. Dit zegt natuurlijk niets over zijn of haar succes. Het tweede type belegger koopt en verkoopt fondsen, meestal aandelen of indexfondsen, en baseert zich daarbij zich op informatie uit de directe omgeving, een adviseur of de media en hoopt vervolgens op koerswinst. Zoals je weet gaat dat meestal niet goed.
Het derde type belegger is de dividend belegger. Zijn/haar focus is vrijwel uitsluitend gericht op het ontvangen van dividend, liefst elk jaar meer.  De dividendbelegger is gericht op direct inkomen uit zijn spaargeld/vermogen maar is uitermate schaars in Nederland, zeker in vergelijking met de VS.  Hoe komt dat toch?

Keep it simpel, denk eens aan inkomensgericht beleggen
Succesvol beleggen is al moeilijk genoeg en velen willen er daarom (nog) niet aan beginnen. Vele spaarders laten dan ook hun geld gewoon op de bank staan tegen 0 % rente en betalen er ook nog eens belasting over. Dat schiet niet op dus.  En…waar kun je succesvol beleggen eigenlijk leren, alleen via (dure) generieke cursussen lijkt het. Diegenen die wel de stap zetten beginnen meestal ook nog eens zonder plan en strategie.
(Hoog) Dividend beleggen is de meest eenvoudige vorm van beleggen met vrijwel altijd een positief resultaat op termijn.  Iedereen kan het spelenderwijs leren omdat het een zeer gerichte en begrijpbare manier van beleggen is. Zo heb je je eigen beleggingsstrategie al te pakken en ontvangt je onmiddellijk inkomen uit je (spaar)geld, ook wel inkomensgericht beleggen genoemd.
Je kunt immers uitsluitend beleggen in succesvolle Amerikaanse fondsen en bedrijven, die meestal jarenlang een constant dividend/rente uitkeren (tussen 8 en 12 %). Dividendbetalers zijn daarom bijna altijd gezonde ondernemingen, zodat je niet dag en nacht op je portefeuille hoeft te letten, uitzonderingen daargelaten. Wat is daarvoor nodig?

Spreiding: alle typen hoogdividend-fondsen onder een dak
In de VS bestaan ruwweg 7 typen fondsen die als Hoogdividendfondsen kunnen worden aangemerkt. Voor een goede risicobeheersing is een goede spreiding vereist over alle categorieën. Een gespreide (Amerikaanse) dividend portefeuille moet ondermeer bestaan uit REITs (Real Estate Investment Trusts), preferente aandelen, Closed end Funds, babybonds en meer. Deze fondstypen bieden vaak jarenlang een hoog (vast) dividend met veelal een beperkt risico.

Baby Bonds
Steeds meer (dividend)investeerders ontdekken ook de babybonds als en van de 7 fondstypen binnen een hoogdividendportefeuille, in feite een “hoog rentefonds”.

Babybonds zijn schuldbewijzen, die door een bedrijf worden uitgegeven. Een bedrijf doet dit omdat men geld nodig heeft (leent) maar daarvoor geen aandelen wil uitgeven. Men kiest dan voor een eenvoudiger weg door middel van het uitgeven van (kleine) schuldbewijzen (babybonds), die je op de beurs kunt kopen. Babybonds zijn weer zo’n typisch Amerikaanse “formule” om ook kleine (particuliere) investeerders in de gelegenheid te stellen “mee te doen”.
Babybonds hebben meestal een vaste looptijd en bieden een vaste vergoeding, die als rente wordt gezien. Daarom betaal je ook geen (0%) bronbelasting over de ontvangen rente. Meestal wordt deze vergoeding per kwartaal uitgekeerd. Aan het einde van de looptijd wordt de schuld afgelost. Babybonds hebben veel overeenkomsten met preferente aandelen, maar het zijn dus geen aandelen. De meeste babybonds hebben een nominale (uitgifte) waarde van 25 dollar. De rente die je ontvangst op de bonds is meestal tussen 5 en 8 procent.

Babybond hebben meestal een beperkt risico en de koersen fluctueren gewoonlijk nauwelijks. Je hebt dus een rustige belegging met een vast inkomen; je kunt echter nauwelijks op koerswinst rekenen.  Houders van babybonds krijgen altijd als eerste uitbetaald boven gewone en zelfs preferente aandeelhouders, wanneer een bedrijf onverhoopt in de problemen komt. Een rustig idee en de ontvangen rente is ook nog eens belastingvrij!

Amerikaanse energiefondsen weer in het vizier

De gedaalde beurskoersen van eind vorig jaar zijn inmiddels voor een flink deel weer bijgetrokken. Ze boden zoals ik eerder opmerkte prima kansen om (extra) in te stappen met nog hogere dividendrendementen tot gevolg. Dat geldt nog steeds wel, met name voor de “echte” hoogdividendfondsen die onder de Amerikaanse RIC-wetgeving vallen zoal bijvoorbeeld REIT’s (Real Estate Investment Trusts). In mijn boek “Beter beleggen dan de bank” beschrijf ik alle typen hoogdividendfondsen. Er bestaan circa zeven soorten/typen HD-fondsen. Een van deze typen betreft Amerikaanse MLP’s. Daarover wat meer.

Wat zijn MLP’s?

MLP staat voor Master Limited Partnership. MLP’s zijn bedrijven in de Amerikaans energievoorziening. Ze houden zich vooral bezig met energiewinning en met infrastructuur activiteiten zoals gas/olieopslag, pijpleidingen etc. Amerika kent vele MLP’s, waaronder talloze miljarden-bedrijven.
De VS heeft zich ten doel gesteld binnen afzienbare tijd in de eigen energiebehoefte te kunnen voorzien. Er zijn op dit moment veel activiteiten gaande in de olie­ en gasindustrie. Naast de winning van olie is gastransport, verwerking en opslag van olie­ en gasproducten sterk in ontwikkeling. Veel MLP’s zijn daarom onderdeel van een groot energiebedrijf. MLPs betalen vrijwel geen belasting. Daarom wordt van ze verwacht dat ze het extra kapitaal gebruiken om aan beleggers een hoog dividend uit te keren. De interesse van beleggers levert flink wat geld op, dat weer kan worden gebruikt om de energie infrastructuur verder uit te breiden. MLP’s zijn daarmee wel gevoelig voor schommelingen in de olieprijs.
Van 2002 tot 2015 hebben de MLP’s een rendement van gemiddeld 16 procent per jaar opgeleverd (koerswinst en dividend). De laatste jaren hebben MLP’s fors onder druk gestaan. Zo werden ze in 2015 hard getroffen door de sterke daling van de prijs van ruwe olie. Vele MLP’s moesten dan ook hun financiële structuur herzien, sommige zijn zelfs verdwenen waardoor er nu minder MLP’s zijn.

Opveren in 2019?
Vrijwel alle analisten de VS zijn het erover eens dat de MLP’s in 2019 gaan opveren omdat:
• Al “het negatieve” van de laatste jaren al ruimschoots in de koersen is verwerkt.
• De meeste MLP’s op dit moment financieel veel sterker zijn dan voorheen.
• Er aanzienlijk minder MLP’s over zijn.
• Sommigen het dividend in 2018 hebben verlaagd en dus nu een prima instapmoment creëren voor (hoog) dividendbeleggers.
• En…omdat 40 procent van de MLP’s het dividend intussen alweer hebben verhoogd.
Een recent citaat van de beheerder van een van de belangrijkste MLP/ETF’s (Jay Hatfield) zegt veel:
The public midstream companies including MLPs are trading at stupid cheap prices. This is a sector that once it starts to move up and gain investor interest could easily double over a one to two-year period.
Een voorbeeld van een MLP is Golar LNG Partners (GMLP).
Golar is een energiebedrijf dat zich richt op alle facetten van LNG, vloeibaar gas. Men exploiteert LNG-schepen op lange termijncontracten. Daarnaast ontwikkelt men andere LNG-projecten zoals terminals, pijpleidingen en opslagfaciliteiten. Op dit moment is het dividendrendement ruim 12%.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat MLP’s weer in de schijnwerpers komen bij zowel particuliere als institutionele beleggers. MLP’s zijn daarom ook een interessante keus voor inkomensgerichte beleggers die een hoogdividend wensen en daarnaast een aanzienlijk kans op koerswinst willen meepakken. U ook?

Hoog Dividend, de basis in goede en slechte tijden

We hebben het jaar 2018 bijna achter ons gelaten. Dit keer zagen we niet de vrij gebruikelijke positieve eindejaars- rally, maar een forse negatieve op vrijwel alle beurzen wereldwijd.
Veel fondsen zijn de laatste tijd op een overdreven wijze in koers gedaald, meer door het marktsentiment dan vanwege bedrijfseconomische redenen. Er zijn talloze aanleidingen voor de recente koersdalingen zoals de angst voor verdere rentestijgingen, handelsoorlogen, Brexit, olieprijzen en een “shut-down” van de Amerikaanse overheid. Geldt dan toch het spreekwoord “men lijdt het meest door het lijden dat men vreest”? Ik denk het wel.
Bedrijven en fondsen veranderen immers niet abrupt van aard wanneer het sentiment verandert. Maar we hebben er wel mee te maken.

(Hoog) Dividend compenseert in mindere tijden.
Langzamerhand lijkt dividendbeleggen ook in Nederland meer aandacht te krijgen. Logisch, omdat alle geleerden het er wel over eens zijn dat dividend een belangrijk aspect is bij beleggen, zo niet het belangrijkste.
Wanneer u (al vele jaren) belegt in Amerikaanse fondsen die onder de “RIC-wetgeving” vallen (zogenaamde RIC-Fondsen) dan heeft u altijd een hoog dividendrendement kunnen behalen van wel 8-12 % per jaar netto. RIC-fondsen zijn immers verplicht om 90% van hun winst aan de aandeelhouders te betalen in de vorm van (hoog) dividend. In ruil betalen deze fondsen in de VS geen winstbelasting. Let wel; het gaat hier om duizenden grote gerenommeerde fondsen en bedrijven die dagelijks op de Amerikaanse beurzen verhandelbaar zijn. Een voorbeeld van een type RIC-fonds is de zogenaamde Real Estate Investment Trust (REIT). REIT’s  staan erom bekend dat ze hoog en veelal voorspelbaar inkomen produceren waarvan het meeste dividendinkomen is. Kwalitatief goede REIT’s (en andere typen RIC-fondsen) vormen dus een goede basis voor uw portefeuille in goede en slechte tijden.

Wanneer u belegt in Amerikaanse hoogdividend-fondsen wordt eventueel koersverlies dus ruimschoots beperkt of zelfs te niet gedaan. Het koersverlies, dat men in mindere tijden lijdt, wordt dan bijna volledig gecompenseerd door het ontvangen (netto) dividend. Wanneer u al meerdere jaren (hoog) dividend ontvangt vanuit uw portefeuille, dan is de huidige correctie op de beurzen niet plezierig maar financieel gezien minder een probleem. De afgelopen jaren hebben HD-beleggers immers kunnen genieten van koerswinsten + dividenden, die ruimschoots compenseren voor de daling in 2018.  Gelukkig gaan correcties altijd voorbij en de aandelenprijzen zullen weer herstellen. Dat is sinds 1950 al bijna 40 keer zo gegaan.

Stabiel dividendjaar 2018
Voor beleggers in Amerikaanse Hoog Dividend fondsen was 2018 een uiterst stabiel dividendjaar. Van de fondsen in onze voorbeeldportefeuille zijn de meeste dividenden constant gebleven of zelfs gestegen. Een aantal fondsen heeft zelfs een extra eindejaars-dividenduitkering betaald. M.a.w. over de dividendinkomsten in 2018 hebben beleggers weinig te klagen.

Dalende beurskoersen dus (nog) hoger dividend?
Dalende beurskoers bieden prima kansen om in te stappen met nog hogere dividendrendementen. Dit geldt voor alle typen hoogdividendfondsen. Mocht u dus nog willen meeliften met hogere dividendrendementen en waarschijnlijk op termijn opverende koersen, dan is dit uw kans. U zult dan wel uw focus moeten verleggen van koersbewegingen naar stabiel (Amerikaans) dividend, het zogenaamde inkomensgericht-beleggen. De Amerikaanse dividendcultuur is immers volledig onvergelijkbaar met de onze maar kan op termijn veel lucratiever uitpakken. Omschakelen is voor velen wel even wennen maar op termijn slaapt u er veel beter van.

Pripps, nu al mislukt?

Ik heb de afgelopen maanden veel geschreven over de Pripps-verordening, die beleggen in specifieke Amerikaanse fondsen zoals ETF’s en CEF’s  via Nederlandse brokers moeilijk c.q. onmogelijk maakt. Ik heb ook geschreven dat de financiële wereld, de toezichthouder en de politiek zich er niet zo druk over lijken te maken. Minister Hoekstra van Financiën heeft het onderwerp weggewoven na Kamervragen en de toezichthouder zegt dat men uitsluitend de naleving van de regels controleert.

Op maandag 15 oktober 2018 bestede Kassa aandacht aan dit onderwerp. Ofschoon ik wel zag aankomen dat Pripps nauwelijks zou kunnen gaan werken deed Kassa er nog een flinke schep bovenop. Pripps vereist, zoals u weet, een financiële bijsluiter van de uitgevende partij. Kassa toonde de inhoud van diverse financiële bijsluiters en ik was verbijsterd over wat ik hoorde. De bijsluiters zijn dermate onduidelijk in taalgebruik en tevens zo complex qua inhoud, dat ze hun doel volledig voorbijschieten. Het woordgebruik en de terminologie zijn voor vrijwel niemand te begrijpen en zeker niet voor de gemiddelde consument waar ze immers voor bedoeld zijn.

Volgens Carien de Jager van de Rijksuniversiteit Groningen, die recent op dit onderwerp promoveerde, halen financiële bijsluiters maar weinig uit. Ze bieden geen bescherming aan de consument, want het taalgebruik is lastig en de ingewikkelde producten zijn ook moeilijk in eenvoudige taal aan de consument uit te leggen. Kortom, al die informatie ter grootte van twee à drie A4tjes heeft weinig zin.
Bovendien schrijven de financiële instellingen de bijsluiter zelf, volgens regels die door de AFM worden gecontroleerd. Zou het kunnen dat financiële instellingen de bijsluiter expres onbegrijpelijk maken? De Jager weet het niet, maar wel dat het eenvoudiger moet kunnen.
Er zijn natuurlijk wel prikkels om onbegrijpelijke taal te gebruiken. En transparantie is al geen sterk punt bij financiële instellingen

Wij lijken dus (weer) opscheept met zinloze regelgeving ter verhoging van ons vertrouwen in de financiële sector. Kan iemand daar eens echt iets aan doen? Dan kunnen we tenminste weer gewoon beleggen, ook in de VS. Ook Europa blijkt dus goed in het opwerpen van handelsbelemmeringen.

Amerikaanse brokers staan niet (meer) te trappelen om Europese klanten te bedienen

Als (dividend)belegger in de VS en mogelijk als abonnee van onze site heeft u ongetwijfeld meegekregen dat, sinds begin van dit jaar, Amerikaanse fondsen o.a. van het type ETF (index-tracker) en CEF’s (Closed end Funds) niet meer beschikbaar zijn via Nederlandse/Europese brokers.
Dat komt doordat deze producten (zogenaamde verpakte beleggingsproducten), binnen de Europese Unie, alleen (weer) mogen worden aangeboden als de ontwikkelaar ervan een “Essential Information Document” (EID) beschikbaar stelt in de lokale taal, dus niet in het Engels.

De weerstand onder beleggers tegen deze bizarre maatregel blijft dan ook groot.
Immers: bij beleggen is risicospreiding essentieel. Fondsen zoals index-trackers bieden automatisch risicospreiding omdat ze een markt/index volgen; voor veel spaarders/beleggers dus aantrekkelijk.
Uit een recente (juli) verkenning van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) blijkt dat het merendeel van de (Amerikaanse) ontwikkelaars/aanbieders van dergelijke producten nog geen EID hebben opgesteld. De vraag is of en wanneer dat wel gaat gebeuren. Daardoor kan ca. 25% van de fondsen in onze voorbeeldportefeuille voorlopig niet meer worden gekocht via Nederlandse/Europese brokers.

Voor de goede orde: De voorbeeldportefeuille biedt ruim voldoende andere hoogdividendfondsen die wel te koop zijn/blijven via Nederlandse brokers; “gewone” aandelen vallen immers buiten de regeling.

Daar komt bij dat de EU opnieuw ingewikkelde wetgeving heeft laten ingaan in mei van dit jaar met betrekking tot de privacy. Het gaat om de GDPR.

Wat is GDPR?
Het staat voor de General Data Protection Regulation. In Nederland wordt dit de privacyverordening genoemd. Het is een belangrijke Europese verordening die gaat over hoe de gegevens van EU-burgers kunnen worden gebruikt door bedrijven. In dit geval wel nuttig lijkt me in tegenstelling tot de EID eis, maar…
Iedere organisatie die de gegevens van Europeanen verwerkt heeft ermee te maken, ongeacht waar ter wereld het bedrijf gevestigd is.
Zelfs als een bedrijf geen vestigingen heeft in Europa geldt dat, wanneer men “EU-data” heeft, de EU-regels leidend zijn. Voor organisaties die de GDPR-regels schenden zijn de potentiële straffen niet mild.  Het is duidelijk dat ook Amerikaanse bedrijven hier bang voor zijn.

Al deze nieuwe Europese verordeningen maken dat Amerikaanse brokers vooralsnog niet staan te trappelen om (nieuwe) Europees (particuliere) klanten te accepteren. Eerst wil men een en ander financieel en juridisch toetsen en de potentiele risico’s van zaken doen in/met Europa inzichtelijk krijgen.

Wat betekent dit voor u als belegger in de VS?
Het is dus niet zo vreemd dat Amerikaanse brokers (en ander bedrijven) vooralsnog terughoudend zijn in Europa. Bij onze pogingen de laatste maanden om een non-EU-broker account te openen geven de meesten niet (meer) thuis of maken het extreem moeilijk. Bekende Amerikaanse brokers zoals TD-Ameritrade, E-Trade en Charles Schwab zijn hier voorbeelden van. Interactive Brokers (IB) UK weigert ook Europese klanten, die in Amerikaanse index-trackers willen beleggen.  Zwitserland biedt nog wel enige mogelijkheden maar voor hoelang?

Wilt u echter ook beleggen in de aantrekkelijke Amerikaanse “verpakte beleggingsproducten”, zoals Amerikaanse index-trackers en Closed end Funds, mede vanwege hun veelal hoge dividenden, dan moet u daarvoor toch een non-EU-broker vinden.

Er zijn nog wel Amerikaanse brokers, die u als Nederlandse klant/resident wel accepteren. Wij zetten ons onderzoek voort, waarbij we onder meer nagaan of men dan ook de regels rond de dividendbelasting correct uitvoert. Wij hopen binnenkort een of meerder mogelijkheden te kunnen aanreiken.

Tot slot: mocht u nog suggesties/informatie of andere ideeën hebben over dit onderwerp, laat het ons weten!

Beter beleggen met hoogdividendaandelen in de VS

Voor de website Beleggersonline.nl schreef Fred Hendriks deze introductie voor beleggers die nog onbekend zijn met het fenomeen hoogdividendbeleggen.

Nederlandse beleggers denken bij het begrip dividend vooral aan Shell. Dan een hele tijd niets en vervolgens misschien aan Ahold of Randstad. Meestal praat je dan over een rendement van maximaal enkele procenten.
In de VS behaal je moeiteloos 6 tot 12 procent.

Als aandeelhouder van een onderneming word je automatisch een stukje mede-eigenaar en dan heb je dus ook recht op een deel van de winst, wanneer deze tenminste in de vorm van dividend wordt uitgekeerd.

De meeste beleggers realiseren zich onvoldoende dat dividend op termijn een aanzienlijk deel van het totaalrendement van een beleggingsportefeuille uitmaakt. Dat geldt zeker voor beleggen met dividendrendement als voornaamste doelstelling in de Verenigd Staten.

Dat is daar de gewoonste zaak van de wereld. Dat moet daar ook wel, want Amerikanen hebben niet de pensioenvoorzieningen zoals die in Nederland cq. Europa gebruikelijk zijn. In de VS moet men grotendeels zelf voor zijn oude dag zorgen. Veelal doet men dit via (her)beleggen van dividendopbrengsten. Dat biedt ook mogelijkheden voor Nederlandse beleggers.

Gelukkig maar, want de rente is inmiddels tot een historisch laag peil gezakt en zal de komende tijd nauwelijks stijgen. De AOW-leeftijd wordt geleidelijk aan verhoogd en de overheid verwacht dat je meer gaat bijdragen aan voorzieningen. De pensioenfondsen kampen met tekorten. Er is dus veel voor te zeggen om je financiële lot in eigen hand te nemen.

In de VS bestaat een echte dividendcultuur. Zo’n cultuur kent men bij ons niet vrijwel niet. De Amerikaanse dividendcultuur gaat zelfs zover dat bedrijven en overheden een groot aantal regelingen hebben ontwikkeld, die het voor gewone Amerikanen mogelijk maken om op professionele wijze te beleggen. Dankzij dergelijke regelingen is het mogelijk om dividendrendementen te behalen van 6 tot 12 procent per jaar. Er zijn zelfs specifiek beleggingsfondsen die een “10% dividendpolicy” hebben. En het aardige is dat we hier als ook Nederlanders gebruik van kunnen maken. Handig is het daarbij dat het dividend altijd maandelijks of per kwartaal uitgekeerd.

RIC- regeling
Eén van de redenen waarom veel Amerikaanse fondsen en bedrijven zulke hoge dividenden kunnen uitkeren is het feit dat veel van die fondsen onder de zogenaamd RIC-regeling (Regulair Investment Corporation) vallen, een typisch Amerikaans fenomeen. Bedrijven en fondsen die onder deze regeling vallen moeten 90 procent van hun winst afdragen aan de aandeelhouders in de vorm van dividend. In ruil betalen deze organisaties geen winstbelasting. Hiermee wordt het de aandeelhouders mogelijk gemaakt om een (pensioen)vermogen op te bouwen. Op de Amerikaanse beurzen zijn honderden van dergelijk RIC- fondsen te vinden.

Voorbeeld: REIT’s
De zogenaamde REIT’s (Real Estate Investment Trusts) zijn één van de meest populaire type RIC-fondsen. REIT’s houden zich bezig met exploitatie, financiering of bezit van onroerend goed in de meest ruime zin. In de VS bestaan vele typen REIT’s variërend van Mortage REIT’s (hypotheken), Storage REIT’s (opslag), Housing REIT’s (woningen), Skilled nursing REIT’S (medisch) , Telecom/Datacenter REIT’s, enz. Keus genoeg voor de belegger.

De meeste bieden een dividendrendement van 4-12 procent per jaar en meestal ook een DRIP (Dividend Re- Investment Plan).
Recent is een overzicht gepubliceerd (annualized returns by asset class) door de grote Amerikaanse financiële instelling JP Morgan. Dit laat zien dat REIT’s over de laatste 20 jaar de lijst aanvoeren als beste belegging met een jaarlijks opbrengst van gemiddeld 9,1%.

Voor zzp-ers en pensionados
Wanneer je je geld zelf solide belegt in gerenommeerde Amerikaanse bedrijven die maandelijks of per kwartaal een deel van de winst uitkeren in de vorm van (hoog)dividend levert dat aanzienlijk meer op dan de spaarrente. De methode leent zich voor het opbouwen van vermogen, bijvoorbeeld voor een pensioen, of om je toekomst als zzp’er zeker te stellen. Het rendement ligt aanzienlijk hoger dan bij andere methoden en kent een vergelijkbaar of lager risico.

Als je al over spaargeld beschikt, kun je de methode gebruiken om daar een inkomen uit te verwerven zonder in te teren op je vermogen. En dit alles vrijwel belastingvrij. Ingewikkeld is het niet. Als je je een beetje erin verdiept heb je de bank er niet bij nodig. Zo bespaar je ook nog eens op de beheerskosten.

Eenvoudig 8-10 % netto rendement met “Prefs”

Vrijwel alle abonnees van onze site hebben een of meerder preferente aandelen (Prefs) opgenomen in hun portefeuille. De reden is niet moeilijk te raden. Preferente aandelen zijn namelijk een zeer rustige belegging, zonder slapeloze nachten en bovendien meer dan gemiddeld veilig.

Ik zal uitleggen waarom.

Amerikaans bedrijven, meestal de grotere gerenommeerde, kunnen op diverse manieren geld aantrekken. Een van deze manieren is het uitgeven van zogenaamde preferente aandelen (Prefs), naast “gewone aandelen”.
Wat is nu precies een preferent aandeel, die vooral bij Amerikaanse bedrijven populair zijn?

Een preferent aandeel wordt uitgegeven om geld aan te trekken, maar de bezitters hebben andere voordelen en rechten.
Een Pref koopt u gewoon op de beurs net als een gewoon aandeel. De meeste Prefs worden uitgegeven tegen een nominale waarde van 25$ (soms 50$). U zult dus altijd zien dat de koers van Prefs meestal rondom deze 25$ blijft schommelen gedurende de looptijd, tenzij er fundamenteel iets misgaat met het bedrijf.
Een preferent aandeel heeft een zogenaamde couponrente, dat is het dividend dat het bedrijf aan u betaalt. Amerikaanse Prefs betalen per maand of per kwartaal. Dit dividend is in feite rente en blijft in vrijwel alle gevallen gelijk gedurende de looptijd. Gewoonlijk hebben Prefs een looptijd zonder einddatum (perpetual); wel kan het uitgevende bedrijf de Pref van de beurs halen na een bepaalde datum maar dat hoeft niet. In dat geval ontvangt u de uitgiftewaarde (25$) plus achterstallig dividend.
Preferente aandelen kunnen cumulatief zijn of non-cumulatief. Onze Voorbeeldportefeuille nemen wij hoofdzakelijk cumulatieve Prefs op. Bij cum-prefs kan het bedrijf namelijk de betaling van dividend tijdelijk bevriezen bij “problemen”.
Het uitgevende bedrijf is dan echter te allen tijde wettelijk verplicht het achterstallige dividend op een later tijdstip alsnog uit te betalen.
Als het dividend uiteindelijk niet meer zou worden uitgekeerd, is het bedrijf in feite failliet

Preferente aandeelhouders hebben daarnaast altijd de prioriteit, m.b.t. de ontvangst van dividend, boven de gewone aandeelhouders. Aan gewone aandeelhouders is in principe nooit dividend verschuldigd; aan pref-aandeelhouders wel.

Zijn er dan geen nadelen?
Eigenlijk niet zo veel. Koerswinst is met Prefs niet waarschijnlijk tenzij u ze aankoopt onder de 25$. (Wel uitkijken dan want een Pref met een waarde van 20$ of minder kan een reden hebben). Het Pref-dividend blijf daarnaast altijd constant en groeit nooit. Al met al vormen Prefs meestal een rustige stabiele belegging voor vele jaren.
Wanneer u Prefs koopt via Binckbank of Alex betaalt u geen bronbelasting. Het dividend is dan 100 % netto. Bij DeGiro betaalt u 15%. Vraag me niet waarom dit verschil; ik ben er nog niet achter.
Onze voorbeeldportefeuille bevat tal van Prefs die al jaren een dividendrendement opleveren van 8-10% netto. Prefs ook iets voor u?

Het eerste jubileum

Het is deze maand een jaar geleden dat het boek “Beterbeleggendandebank” op de markt is gekomen. De uitgever en ik willen daar graag even bij stilstaan.
Onmiddellijk nadat het boek verscheen, werd er in diverse media op ruime schaal aandacht aan besteed. Dit resulteerde in een snelle acceptatie van het boek (zelfs op een gegeven moment het meest verkochte beleggingsboek) en de methodiek van Hoogdividendbeleggen in de VS. Dit overtrof al onze verwachtingen. Kennelijk hebben veel mensen behoefte aan een gedegen mogelijkheid om aanzienlijk meer rendement te behalen op hun spaargeld tegen vergelijkbare risico’s. Zeker wanneer je ook niet dagelijks hoeft te letten op koersbewegingen en dus rustig kunt slapen. Sparen bij uw bank of beleggen in de huisfondsen levert immers vrijwel niets op. U weet dat meer dan 90% van de beleggingsfondsen nooit de index verslaat en dat u dus veel beter zelf aan de slag kunt gaan.
Gebleken is dat het boek, in combinatie met de website en de maandelijks nieuwsbrief/voorbeeldportefeuille, het voor velen mogelijk heeft gemaakt om zelf te gaan beleggen in Amerikaanse Hoogdividendaandelen met een rendementen van 8-12 % per jaar en soms zelfs aanzienlijk meer. Het afgelopen jaar hebben velen dan ook de stap gezet. Uit de talrijke positieve reacties blijkt dat de meesten hun “cash-machine” al (deels) hebben “draaien” en maandelijks hun dividenden ontvangen.

[advertentie]
336x280

Toch staat ook de wereld van Hoogdividendbeleggen niet stil en moeten we soms onze benadering en strategieën herzien of aanpassen en daar werken we voortdurend aan. Het afgelopen half jaar was dat het geval met de Europese Priips-verordening, waardoor sommige fondsen voor Europeanen pas weer te koop zijn als de (Amerikaanse) uitgevende partij een (Nederlandstalige) bijsluiter beschikbaar stelt. Hier creëert de EU opnieuw een oplossing voor een probleem dat niet bestaat, maar we hebben wel last van.
We houden onze abonnees zo veel mogelijk op de hoogte van alles wat betrekking kan hebben op het verdere succes van hun portefeuille. Ook werd het afgelopen jaar duidelijk, dat de gevestigde orde niet altijd even ingenomen is met “Beterbeleggen dan de bank”. Wij promoten immers het feit dat u zelf aan de slag moet met beleggen en dan nog wel in de VS. Regelmatig worden we dan ook gepasseerd bij verzoeken tot deelname aan events die veelal gesponsord worden door de klassieke financiële partijen. Daarom zullen we ook in het “nieuwe jaar” de “Hoogdividendmethodiek” op onze eigen wijze onder de aandacht blijven brengen via informatieavonden en workshops. Het afgelopen jaar hebben deze geanimeerde bijeenkomsten immers in een behoefte voorzien. Binnenkort worden nieuwe data gepubliceerd op onze site.
Mocht u ook willen starten, kom eens langs; u zult er geen spijt van hebben!

Ook DeGiro stopt met Closed-end-Funds

In mijn blog van 13 maart 2018, alsmede in de nieuwsbrief, heb ik uitvoerig aandacht besteed aan de interpretatie van de Pripp-verordening door Binckbank.
De Europese Pripp-verordening houdt in dat bepaalde (Amerikaanse) fondsen een “Nederlandstalige bijsluiter” moeten bieden, anders mag het fonds niet meer door een Nederlandse broker worden aangeboden.
Na Binckbank heeft helaas nu ook DeGiro besloten om een groot deel van de CEF’s niet meer beschikbaar te stellen alvorens het betreffende fonds een Nederlandstalige bijsluiter publiceert.
Dit is een draai van 180 graden van DeGiro t.o.v. hun eerdere interpretatie, waarbij men verklaarde dat de Pripp niet van toepassing is op aandelen en dus ook niet op CEF’s.
Waarom deze draai?

Zoals u inmiddels weet zijn CEF’s typisch Amerikaanse beleggingsfonds-aandelen; een vorm die in Europa vrijwel onbekend is. CEF’s bieden gewoonlijk hoge dividendrendementen worden veelal aangeboden door grote stabiele financiële instellingen in de VS met als doel vermogensvorming en pensioenopbouw. U koopt ze als gewoon aandeel op Amerikaanse beurzen.

Het niet meer aanbieden van deze fondsen door Nederlandse brokers is o.i. in tegenspraak met eerdere berichtgeving zoals wij die van de AFM ontvingen.

“Met ingang van 1 januari 2018 moet er voor een groot aantal beleggingsproducten en verzekeringsproducten met een beleggingscomponent (PRIIP) een Essentiële-informatiedocument verstrekt worden. Dit is bepaald in Europese wetgeving. In december 2016 heeft de AFM via de publicatie van een veelgestelde vraag op haar website kenbaar gemaakt dat zij geen andere taal dan het Nederlands aanvaardt. Het doel van het Eid is retailbeleggers inzicht te verschaffen in de kenmerken van een PRIIP, zoals het verwachte risico, rendement en kosten. Dit doel wordt volgens de AFM het best bereikt door het Eid in ieder geval in het Nederlands beschikbaar te stellen. Het is niet mogelijk hiervan af te wijken.

“De ontwikkelaars en aanbieders van producten moeten zelf bepalen of ze hun producten wel of niet onder de definitie van een PRIIP laten vallen. De Europese Commissie die deze wet(Verordening) heeft opgesteld, heeft geen lijst met producten benoemd die onder de definitie vallen”

Ogenschijnlijk heeft de AFM alsnog besloten om Nederlandse brokers te verplichten/verzoeken om CEF-fondsen niet meer aan te bieden alvorens de bijsluiter aanwezig is. Dit lijkt in tegenspraak met het feit dat aanbieders van deze producten dit zelf mogen bepalen.
De vraag hierbij is wie de aanbieder is; is dat de uitgevende Amerikaanse instelling of Nederlandse brokers die ons deze fondsen aanbieden?
Wij hebben de AFM hier verdere vragen over gesteld en zullen een en ander met u delen zodra dit kan.

Intussen kunnen wij niets anders dan (voor ons relevante) aanbieders/ontwikkelaars van dergelijks fondsen (in de VS) aanschrijven met met verzoek om z.s.m. een Nederlandse bijsluiter te ontwikkelen en te publiceren. Vanzelfsprekend hebben wij geen enkel idee of men hier snel gehoor aan geeft.
Daarnaast zullen wij de modelportefeuille (tijdelijk) in een andere richting gaan sturen v.w.b. het toevoegen van nieuwe hoogdividendfondsen. Gelukkig is er keus genoeg maar het blijft bizar dat honderden populaire CEF’s van ‘s werelds grootste financiële instellingen opeens niet meer beschikbaar zijn voor Nederlanders, noch privé noch zakelijk. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?

We houden u op de hoogte!